7.4.2

Ambitie en aanpak

We versnellen en intensiveren de totstandkoming van een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting door te werken aan zeven ambities:

  1. kwetsbaarheid in beeld brengen;
  2. risicodialoog voeren en strategie opstellen;
  3. uitvoeringsagenda opstellen;
  4. meekoppelkansen benutten;
  5. stimuleren en faciliteren;
  6. reguleren en borgen;
  7. handelen bij calamiteiten.

Deze ambities zijn bij de voorbereiding van dit deltaplan gezamenlijk geformuleerd en zijn daarmee nadrukkelijk ambities van alle betrokken overheden: gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. De zeven ambities kunnen deels tegelijkertijd invulling krijgen en de volgorde kan van plaats tot plaats verschillen. Waar al stappen zijn gezet, vormen die het startpunt voor de nieuwe aanpak. En waar knelpunten nu al duidelijk zijn, treffen de partijen geen-spijtmaatregelen vooruitlopend op de analyse van de kwetsbaarheden en de dialoog. Dit deltaplan moet de uitvoering tenslotte niet remmen, maar juist versterken.

Figuur 13

Zeven ambities

7.4.2.1. Kwetsbaarheid in beeld brengen

Hoe raken extreme neerslag, hitte, droogte en eventuele overstromingen onze steden en dorpen en het landelijk gebied? Inzicht in de kwetsbaarheid voor weersextremen is de basis van ruimtelijke adaptatie. Daarom brengen alle gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk (waaronder RWS) uiterlijk in 2019 samen met de betrokkenen in hun gebied de kwetsbaarheid in beeld met een stresstest, voor zover dat nog niet is gebeurd. De stresstesten worden vervolgens iedere zes jaar herhaald. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk maken regionale afspraken over samenwerking bij deze analyse, om de uniformiteit te waarborgen en de beschikbare deskundigheid te benutten. Deze afspraken leggen ze vast in hun beleid; in de toekomst gebeurt dat in de Omgevingsvisies en Omgevingsplannen.

De stresstest heeft een aantal kenmerken. De stresstest:

  • is gebiedsdekkend, zowel in stedelijk als landelijk gebied;
  • is gericht op de kwetsbaarheid voor wateroverlast (door zowel hoosbuien als langdurige regen), hittestress, droogte en overstromingen;
  • heeft specifieke aandacht voor vitale en kwetsbare functies;
  • heeft aandacht voor andere ontwikkelingen die de kwetsbaarheid vergroten (zoals bodemdaling en veranderende grondwaterstand).

Het Rijk neemt het voortouw om in 2017 als hulpmiddel een ‘gestandaardiseerde’ stresstest te ontwikkelen, in nauwe samenwerking met waterschappen, gemeenten, provincies, kennispartijen zoals STOWA en stichting RIONED en aanbieders van de huidige stresstesten. Hiermee volgt het kabinet de Adviescommissie Water die adviseert om een gestandaar­diseerde stresstest voor wateroverlast in te voeren en verplicht te stellen. 

De ‘gestandaardiseerde’ stresstest bevat een aantal scenario’s voor de toekomst, die onder andere de kans op extreme buien en zeer warme dagen weergeven. Onderdeel hiervan zijn in ieder geval de regenvalscenario’s die horen bij de huidige normering voor wateroverlast, maar ook scenario’s voor ‘bovennormatieve’ omstandigheden. De ‘gestandaardiseerde’ stresstest zal naast de standaard uitgangspunten voldoende ruimte bieden voor lokaal en regionaal maatwerk, gezien de locatiespecifieke problematiek en behoeften. De partijen benutten bij de ontwikkeling van de stresstest de ervaringen met de bestaande stresstestmethoden, waaronder die van het Deltaprogramma, en de Klimaateffectatlas. Ook maken ze gebruik van de Handreiking Impactanalyse Ernstige Wateroverlast en Overstromingen, een instrument van het project Water en Evacuatie dat de veiligheidsregio’s uitvoeren. De scenario’s die in de stresstest worden gehanteerd, worden in de loop van de tijd indien nodig aangepast aan nieuwe inzichten in het klimaat.


Deltaprogramma

Deltaprogramma Nieuwbouw en Herstructurering, 2014. Handreiking voor de uitvoering van een Stresstest Klimaatbestendigheid.

Gebruikmaken van een gestandaardiseerde methodiek heeft verschillende voordelen: niet elke partij hoeft zelf het wiel uit te vinden, de vergelijkbaarheid wordt groter, het wordt gemakkelijker ervaringen uit te wisselen en er ontstaat een landelijk beeld van de omvang van de opgaven. Afspraak is dat alle partijen vanaf 2018 de ‘gestandaardiseerde’ stresstest en de standaardscenario’s gebruiken bij nog uit te voeren analyses, maar niet wachten met het uitvoeren van reeds geplande stresstesten die mogelijk nog niet geheel aan de standaard voldoen.

De periodieke herhaling van de stresstest moet het effect van uitgevoerde maatregelen in beeld brengen. In 2018 wordt verkend wat hiervoor nodig is en hoe gemeenten daarbij gebruik kunnen maken van digitale ruimtelijke informatie. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk maken de resultaten van de stresstesten voor 2020 openbaar, zodat ook burgers en bedrijven inzicht hebben in de kwetsbaarheid van hun gebied en de urgentie van maatregelen.

7.4.2.2. Risicodialoog voeren en strategie opstellen

Zodra de resultaten van de stresstest beschikbaar zijn (uiterlijk in 2019), starten gemeenten, waterschappen, provincies en Rijkswaterstaat per (deel)regio een dialoog met alle relevante gebiedspartners (denk aan woningcorporaties, netwerk­beheerders, agrariërs, natuurbeheerders). Waar nu al een stresstest is uitgevoerd, gaat de dialoog eerder van start. Het doel is tweeledig: het bewustzijn over de kwetsbaarheid voor klimaatextremen vergroten en vervolgens bespreken hoe deze kwetsbaarheid met concrete maatregelen te verkleinen is. De noodzaak om het waterbewustzijn te vergroten heeft ook de OESO benadrukt.


De noodzaak om het waterbewustzijn te vergroten heeft ook de OESO benadrukt

OECD, 2014. OECD studies on water. Water governance in the Netherlands: fit for the future?

De dialogen worden op verschillende niveaus gevoerd, van wijk tot Rijk, waarbij alle belanghebbenden samenwerken aan oplossingen voor de opgave die uit de stresstest volgt. Er komt een handreiking voor het voeren van deze dialoog, waarbij gebruikgemaakt wordt van de ervaringen van koplopers. De regio Zuid-Nederland is het afgelopen jaar al gestart met maatschappelijke dialogen naar aanleiding van de water­overlast van zomer 2016. STOWA, stichting RIONED en KNMI kunnen op basis van hun expertise en ervaring met publieks­communicatie bijdragen aan de ontwikkeling van de handreiking.

In het kader van de Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS) worden over een aantal thema’s brede nationale adaptatie­dialogen gevoerd met bovenregionaal georganiseerde maatschappelijke partners, om de agenda, de problematiek en de handelingsperspectieven aan te scherpen. Afspraken die voortkomen uit deze nationale dialogen werken door in de regionale dialogen. Waar het relevant is, is er intensieve samenwerking met het team dat aan het uitvoerings­programma van de NAS werkt. De nationale adaptatie­dialogen over onder meer verzekerbaarheid van klimaatrisico’s en hitte en gezondheid zijn al in voorbereiding. De dialoog over hitte en gezondheid bouwt voort op de aanzetten die betrokken partijen tijdens het rondetafel­gesprek over dit thema hebben gegeven. Ook de dialogen over cultureel erfgoed en klimaat­bestendig bouwen in stedelijk gebied en landbouw zijn in voorbereiding. De dialogen lopen door in 2017 en 2018.

De overheden ondersteunen de bewustwording met communicatie op lokaal, regionaal en nationaal niveau, gericht op de risico’s, de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven en het handelingsperspectief van alle partijen.

Gemeenten, waterschappen en provincies spreken per gebied af welke aanvullende inspanning ze op zich willen nemen om de kwetsbaarheid te verminderen, hoe ze burgers en bedrijven willen ondersteunen bij het treffen van eigen maatregelen en welke schade vooralsnog geaccepteerd wordt. Daarbij maken ze strategische keuzen, met zo nodig aandacht voor de samenhang in het systeem (stad/landelijk gebied), synergie met andere ruimtelijke ontwikkelingen, prioriteiten en de rolverdeling. Waar het relevant is, geven provincies deze gezamenlijke strategie voor ruimtelijke adaptatie op het gebied van wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen een plaats in de bredere regionale klimaatadaptatiestrategieën van de NAS. De regionale klimaatadaptatiestrategieën bevatten onder meer de ruimtelijke consequenties van de klimaatopgave voor de inrichting van de fysieke leefomgeving. Deze consequenties landen in Omgevingsvisies, Omgevingsplannen en Omgevingsprogramma’s.


aanvullende inspanning

Aanvullend op de inspanningen die voortkomen uit de wettelijke zorgplicht voor hemelwater en de normering van wateroverlast. 

7.4.2.3. Uitvoeringsagenda opstellen

Binnen drie jaar (uiterlijk in 2020) hebben de overheden op basis van de adaptatiestrategie een uitvoerings- en investeringsagenda opgesteld voor hun regio. Hierin staan afspraken over wie wat gaat doen, op basis van de dialogen. Daarbij horen ook afspraken over knelpunten die de partijen op korte termijn aanpakken en over wat later kan, wat een collectieve en wat een individuele aanpak vraagt en wat gekoppeld aan andere opgaven wordt uitgevoerd (zie 7.4.2.4). Deze werkwijze laat onverlet dat de partijen geen-spijtmaatregelen kunnen treffen waar knelpunten nu al duidelijk zijn, vooruitlopend op de stresstest en de uitvoeringsagenda.

De uitvoeringsagenda geeft voor de urgentste knelpunten een pakket preventieve maatregelen die de partijen zelf uitvoeren en acties om oplossingen te koppelen aan andere activiteiten (publiek en privaat). De stresstesten en de dialogen vormen hiervoor de basis. Rijk, gemeenten, provincies en water­schappen investeren in hun eigen vastgoed en het maat­schappelijk vastgoed waarvoor ze verantwoordelijk zijn, zoals scholen, openbare terreinen, sportaccommodaties en verkeersnetwerken. Ze nemen ruimtelijke adaptatie mee als criterium bij aanbestedingen.

Er worden methoden ontwikkeld om de effectiviteit van maatregelen en een optimale en kosteneffectieve mix van maatregelen te kunnen bepalen. Het is daarnaast wenselijk om gezamenlijk de samenhang tussen schadepreventie door overheden, handelingsperspectieven van particulieren en private partijen en het afdekken van het restrisico door verzekeraars en calamiteitenfonds(en) in beeld te brengen. Een plan van aanpak hiervoor zal aan de Stuurgroep Ruimtelijke adaptatie worden voorgelegd.

7.4.2.4. Meekoppelkansen benutten

We willen zoveel mogelijk de synergie met andere opgaven benutten door werk met werk te maken. In veel gevallen, vooral in hoogdynamische stedelijke gebieden, is het niet efficiënt en niet effectief om alleen voor ruimtelijke adaptatie ‘de straat open te breken’. De komende decennia spelen ook andere grote ruimtelijke opgaven, zoals (groot) onderhoud aan gebouwen, de openbare ruimte, groen en infrastructuur, de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie. Ook trekt de vraag naar nieuwbouw naar verwachting aan. De inzet van dit deltaplan is om bij al dit soort ontwikkelingen de kansen voor een klimaatbestendige inrichting te benutten. Dat doen we door de uitvoerings- en investeringsagenda’s voor verschillende opgaven in het ruimtelijk domein naast elkaar te leggen en zo veel mogelijk aan elkaar te koppelen. Daarnaast is synergie tussen de opgaven van dit deltaplan en de andere opgaven van het Deltaprogramma (waterveiligheid en zoetwater) mogelijk door deze in samenhang te bekijken. Watertekort en wateroverlast zijn bijvoorbeeld vaak twee kanten van dezelfde medaille; oplossingen voor droogte bieden soms ook een oplossing voor wateroverlast. 

Verschillende gemeenten, waterschappen en uitvoerings­organisaties van het Rijk hebben de afgelopen jaren al goede ervaringen opgedaan met meekoppelen van ruimtelijke adaptatie met andere investerings­agenda’s. Dat is bijvoorbeeld gebeurd in Amsterdam Rainproof. Ook een aantal bedrijven, waaronder tuincentra, hoveniers, installateurs en project­ontwikkelaars, heeft ruimtelijke adaptatie al gekoppeld aan hun eigen activiteiten. Vanaf 2018 delen we deze ervaringen via het Platform Samen klimaatbestendig (zie 7.4.2.5).

Gemeenten, waterschappen en maatschappelijke partijen zetten zich vanaf 2018 nog meer in voor het meekoppelen van ruimtelijke adaptatie met periodieke maatregelen voor beheer en onderhoud, investeringsprogramma’s en stimulerings­regelingen of ecosysteemdiensten. Zo is in Amsterdam de bijdrage aan adaptatie een criterium voor het toekennen van subsidie voor groene daken en groene schoolpleinen. Het Rijk kan het benutten van synergie­mogelijk­heden als voorwaarde hanteren bij afspraken over cofinanciering. Vanaf 2017 zetten het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen in op het meekoppelen van ruimtelijke adaptatie met de energietransitie en het omgevingsbeleid. Uiteraard is er structurele kruisbestuiving tussen het deltaplan en het vervolg van de Nationale klimaatadaptatiestrategie.

Tegelijkertijd is in de tussentijdse evaluatie van de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie geconstateerd dat meekoppelen niet altijd genoeg zal zijn. Soms zullen ook grotere systeemveranderingen nodig zijn. Bovendien kan het wachten op meekoppelkansen als risico hebben dat geen-spijtmaatregelen achterwege blijven.

7.4.2.5 Stimuleren en faciliteren

Een klimaatbestendige inrichting vraagt inzet van veel verschillende publieke en private partijen. Ruimtelijke adaptatie moet een vanzelfsprekend onderdeel worden van de fysieke activiteiten in stad en land. Om tot een versnelling te komen, is het van belang om de beschikbare kennis, instrumenten en ervaringen zo veel mogelijk te delen zodat niet iedereen het wiel hoeft uit te vinden, en om partijen te stimuleren een bijdrage te leveren. Het deltaplan voorziet in een aantal instrumenten om dat te bevorderen:

  1. Een nieuw op te zetten netwerk voor kennisdeling (Platform Samen klimaatbestendig) brengt vanaf 2018 kennis, kunde en ervaringen samen en ondersteunt de kennisuitwisseling tussen decentrale overheden en private professionals die lokaal en regionaal werken aan ruimtelijke adaptatie. Het doel is dat deze partijen op basis van hun praktijkervaring met elkaar meedenken over proces en inhoud en over de bredere toepassing van lokaal ontwikkelde instrumenten en oplossingen.
  2. Het bestaande Stimuleringsprogramma Ruimtelijke adaptatie ondersteunt partijen bij de implementatie van ruimtelijke adaptatie door thematische bijeenkomsten te organiseren en te investeren in living labs, pilots en experimenten. Dit programma wordt na 2017 voortgezet. Over de vorm en werkwijze daarvan wordt in het najaar van 2017 besloten.
  3. Het Kennisportaal Ruimtelijke adaptatie is het centrale portaal waar overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties informatie vinden om de ruimtelijke inrichting van Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te maken. Dit kennisportaal wordt verder uitgebouwd, zodat het in de toekomst klimaatadaptatie in de volle breedte omvat.

Voor kennisontwikkeling sluiten we aan bij kennisagenda’s van het Nationaal Kennis- en Innovatieprogramma Water en Klimaat, de Delta-aanpak Waterkwaliteit en Zoetwater en de Nationale klimaatadaptatiestrategie. Met de betrokken partijen worden nadere afspraken gemaakt. Ook in andere landen zoeken overheden, bedrijven en organisaties effectieve methoden voor klimaatadaptatie. Nederland kan op dit gebied leren van buitenlandse ervaringen. Nederland, Japan en de Verenigde Naties (UN Environment) nemen daarom het initiatief om in Nederland een Global Centre of Excellence on Climate Adaptation op te richten. Dat moet bijdragen aan het versnellen van klimaatadaptatie door lessen uit beleid, programma’s en projecten te verzamelen. Zo ontstaat een mondiale kennispool over wat wel en niet werkt.

De decentrale overheden stellen vanaf 2018 een gezamenlijk stimuleringsprogramma voor hun regio op om private initiatieven voor ruimtelijke adaptatie te stimuleren. Daarbij bepalen ze zelf welke mix van communicatieve en financiële stimulering ze daarvoor inzetten. Voorbeelden zijn Rainproof in Amsterdam, KAS in Twente en het programma Klimaatbestendig Zuid-Nederland. Voor 2020 verkent het Rijk met waterschappen, gemeenten en provincies of het mogelijk en effectief is om klimaatbestendig handelen door private partijen te stimuleren met financiële prikkels, waaronder differentiatie van heffingen.

7.4.2.6 Reguleren en borgen

Werken aan een klimaatbestendige inrichting is geen vrijblijvende opgave meer. De partijen zullen hun bijdrage borgen in beleid en regelgeving. Overheden en private partijen moeten ook aanspreekbaar zijn op hun bijdrage. De afspraken in dit deltaplan vormen daarvoor de basis. De delta­commissaris heeft de wettelijke taak de voortgang van het deltaprogramma, waaronder ruimtelijke adaptatie, te bewaken en daarover in het jaarlijkse Deltaprogramma te rapporteren aan de ministers. In het kader van ‘meten, weten, handelen’ werkt de deltacommissaris samen met de kennisinstellingen aan een monitoringsystematiek. Daarvoor voert het Planbureau voor de Leefomgeving een verkenning uit naar de mogelijkheden om ruimtelijke adaptatie te monitoren. Het deltaprogramma voert een nulmeting uit in 2018 en een tussenevaluatie in 2020. De tussenevaluatie kan leiden tot bijstelling van de koers van dit deltaplan.

We houden vast aan de bestaande normering voor water­overlast die ontstaat door te veel water in het water­systeem of de riolering. De normen geven duidelijkheid over verant­woordelijk­heden en zijn het vertrekpunt voor de stresstests en de dialogen. De aanpak voor wateroverlast vraagt maatwerk, met oog voor de samenhang tussen het regionale bodem- en watersysteem, het afwateringssysteem en de ruimtelijke inrichting. De huidige normensystematiek biedt ruimte om op basis van de behoeften die voortvloeien uit de gebiedsdialogen tot maatwerknormen te komen en in te spelen op nieuwe inzichten in klimaatverandering. STOWA en stichting RIONED nemen het initiatief om voor 2020 handreikingen op te stellen voor regionale differentiatie van normen. De watertoets blijft een belangrijk instrument om schade door wateroverlast, droogte en overstromingen mee te laten wegen in ruimtelijke plannen en besluiten. 

Gemeenten en provincies verkennen in de komende vijf jaar (uiterlijk in 2022) of aanpassing van lokale regelgeving gewenst is. Sommige gemeenten hebben al regelgeving aangepast. Zo kan Eindhoven sturen op vloerpeilen bij nieuwbouw via de bouwverordening. Laren kan burgers en bedrijven verplichten op hun eigen perceel hemelwater te verwerken via de lokale hemelwaterverordening. Gemeenten kunnen dergelijke regels of specifieke gebiedsnormen ook opnemen in beleidsplannen. Het Rijk verkent voor 2020 of aanvullende (bouw)regelgeving handig en nuttig kan zijn om een klimaatbestendige inrichting te bevorderen met voldoende ruimte voor maatwerk. Daarnaast verkent het Rijk hoe woningcorporaties door aanpassing van de Woningwet meer ruimte kunnen krijgen om bij te dragen aan ruimtelijke adaptatie bij nieuwbouw en onderhoud.

Gemeenten, waterschappen en provincies borgen het belang van ruimtelijke adaptatie in (praktijk)richtlijnen voor stedelijk water, openbare ruimte en groen en bouw, met aandacht voor planvorming, uitvoering, inkoop en beheer. Deventer, Amsterdam en Waterschap Vechtstromen hebben goede voorbeelden op dit gebied en delen die via het nieuwe Platform Samen klimaatbestendig. Rijk, provincies en gemeenten borgen de aanpak van ruimtelijke adaptatie in de nieuwe Omgevingsvisies.

Het Rijk werkt verder aan de borging van de aanpak voor de nationale vitale en kwetsbare functies conform de delta­beslissing Ruimtelijke adaptatie. Het betrekt daarbij de uitkomsten van de stresstesten voor vitale en kwetsbare functies.

Gemeenten en waterschappen kunnen ook particulieren motiveren hun verantwoordelijkheid te nemen voor het beperken van de gevolgen van klimaatverandering. We bekijken of de mogelijkheden van bestaande regelgeving voldoende worden benut en of er handige en nuttige aanvullende regels denkbaar zijn. Terughoudend zijn met meer regels is daarbij het uitgangspunt. Voor 2020 verkent het Rijk met de betreffende instanties of en hoe de particuliere verantwoordelijkheid voor ruimtelijke adaptatie te borgen is via prestatierichtlijnen en predicaten (bijvoorbeeld met BREEAM, gemeentelijke prestatierichtlijnen voor duurzaam bouwen of het Waterlabel).


BREEAM

Instrument om de duurzaamheid van gebouwen, gebieden en sloopprojecten te meten en te beoordelen.

7.4.2.7 Handelen bij calamiteiten

Met een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting kunnen we schade en overlast door extreme weersituaties aanzienlijk beperken, maar nooit helemaal voorkomen. Als er toch schade optreedt, willen we een helpende hand bieden en keteneffecten beperken. Curatieve maatregelen kunnen de schade beperken. Met goede communicatie krijgen burgers en bedrijven ondersteuning en een handelingsperspectief. Ook blijvende verzekerbaarheid van schade en een goede afhandeling van schadeclaims hoort bij curatieve zorg.

Gemeenten en waterschappen willen zich beter voorbereiden op calamiteiten veroorzaakt door wateroverlast, hitte, droogte en overstroming. Ze zorgen ervoor dat de veiligheidsregio’s deze risico’s voor 2021 opnemen in de risicodiagrammen, op basis van de uitkomsten van de stresstesten. Deze overheden maken voor 2021 afspraken met de veiligheidsregio’s over de aanpak van calamiteiten veroorzaakt door extreme weersituaties en bereiden zich daar gezamenlijk met de brandweer, ggd en politie op voor. Noodvoorzieningen en snel herstel van vitale en kwetsbare infrastructuur krijgen daarbij speciale aandacht.

Ook verkennen gemeenten en waterschappen voor 2020 hoe ze zelf kunnen bijdragen aan de schadebeperking vlak voor, tijdens en na een calamiteit, via communicatie, beheer en onderhoud. Leren van eerdere gebeurtenissen is daarvoor belangrijk. Dat vraagt aandacht voor de registratie van data tijdens calamiteiten. Ook wordt verkend welke instrumenten mogelijk behulpzaam zijn om extreem weer eerder en nauwkeuriger te kunnen voorspellen. Tijdig waarschuwen helpt bij het anticiperen op een eventuele calamiteit.

De brede dialoog met de samenleving (zie 7.4.2.2) gaat onder meer over de extra inzet voor hulpverlening die verschillende partijen bij calamiteiten kunnen leveren. Naast overheden zijn dat ook niet-overheidsorganisaties (zoals het Rode Kruis bij hittestress), bedrijven (zoals aannemers in stedelijk gebied en loonbedrijven in het landelijk gebied) en burgers. Een voorbeeld is te vinden in de Duitse universiteitsstad Münster, waar in 2014 extreem veel regen viel (300 mm). Het bleek onmogelijk het water snel weg te pompen. Daarom mobiliseerde men een vrijwilligersleger van studenten om mensen in nood te helpen. Ook Amsterdam ondervond in 2014 wateroverlast. Waternet stelde daarna een taskforce in die getroffen particulieren thuis opzocht en adviseerde over preventieve maatregelen om nieuwe schade te voorkomen. Overheden en niet-overheden kunnen in publiek-private convenanten of gedragscodes afspraken vastleggen over de voorbereiding op calamiteiten en de samenwerking voor, tijdens en na een calamiteit. Blijvende verzekerbaarheid van schade en een goede afhandeling van schadeclaims is onderdeel van de brede nationale adaptatiedialoog over dit thema. 

  1. Aanbiedingsbrief en adviezen deltacommissaris
  2. Inleidende samenvatting
    1. Doorwerken aan een duurzame en veilige delta
  3. Deel I Nationaal
  4. Voortgang van het Deltaprogramma
    1. Voortgang op basis van ‘meten, weten, handelen’
    2. Algemeen beeld van de voortgang
      1. Op schema
      2. Op koers
      3. Integrale aanpak
      4. Participatie
      5. Slagkracht van de regio’s
    3. Voortgang Waterveiligheid
    4. Voortgang Ruimtelijke adaptatie
    5. Voortgang Zoetwater
    6. Borging, kennis en innovatie, internationale samenwerking
      1. Borging
      2. Kennis
      3. Innovatie
      4. Internationaal
  5. Deltafonds
    1. Ontwikkelingen Deltafonds
    2. Middelen van andere partners
    3. De financiële opgaven van het Deltaprogramma
    4. Financiële borging van het Deltaprogramma
  6. Deel II Gebieden
  7. Voortgang per gebied
    1. IJsselmeergebied/zoetwaterregio IJsselmeergebied
    2. Rijnmond-Drechtsteden/­zoetwaterregio West-Nederland
    3. Rijn/zoetwaterregio Rivierengebied
    4. Maas
    5. Zuidwestelijke Delta/zoetwaterregio Zuidwestelijke Delta
    6. Kust
    7. Waddengebied
    8. Hoge Zandgronden Zuid en Oost
  8. Deel III Deltaplannen
  9. Deltaplan Waterveiligheid
    1. Uitvoeringsprogramma’s
      1. Hoogwaterbeschermingsprogramma
      2. Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma
      3. Ruimte voor de Rivier
      4. Maaswerken
      5. WaalWeelde
      6. Afsluitdijk
      7. Herstel Steenbekledingen Oosterschelde en Westerschelde en Vooroeverbestortingen Zeeland
    2. Rivierverruiming in samenhang met dijkversterking
    3. Onderzoeken volgend uit kennisagenda en in gebieden
  10. Kaart Deltaplan Waterveiligheid
  11. Deltaplan Zoetwater
    1. Maatregelen voor de beschikbaarheid van zoetwater in Nederland
  12. Kaart Deltaplan Zoetwater
  13. Deltaplan Ruimtelijke adaptatie
    1. Inleiding
      1. Aanleiding
      2. Doel en status van het deltaplan
      3. Totstandkoming in gezamenlijkheid
    2. Context
    3. Stand van zaken ‘weten, willen, werken’
      1. Wateroverlast
      2. Hittestress
      3. Droogte
      4. Gevolgen van overstromingen
      5. Huidige aanpak
    4. Wat we gaan doen: versnellen en intensiveren
      1. Visie: van nu naar 2050
      2. Ambitie en aanpak
      3. Tussendoelen
      4. Raamwerk landsdekkende governance ruimtelijke adaptatie
      5. Financiering
    5. Bijlage 1: Actieprogramma
    6. Bijlage 2: Uitkomsten regiobijeenkomsten en rondetafelgesprekken
  14. Achtergronddocumenten
    1. Achtergronddocumenten en downloads
  15. Colofon
    1. Colofon Deltaprogramma 2018
  16. Instructie gebruik Deltaprogramma 2018