4.2

Rijnmond-Drechtsteden/­zoetwaterregio West-Nederland

Implementatie waterveiligheid

De voorkeursstrategie Waterveiligheid in Rijnmond-Drechtsteden heeft preventie door dijken, stormvloedkeringen en rivierverruiming als basis. De regio wil de maatregelen zo veel mogelijk combineren met ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast onderzoekt de regio hoe ruimtelijke maatregelen de veiligheid kunnen vergroten, zoals met slimme combinaties op het Eiland van Dordrecht. Ook het op orde krijgen van de crisisbeheersing staat op de agenda. Tot slot wil de regio de waterveiligheid van buitendijkse gebieden en vitale en kwetsbare objecten vergroten.


Rijnmond-Drechtsteden

Zie DP2015, voorkeursstrategie Rijnmond-Drechtsteden.


slimme combinaties

Zie DP2015, p.66, Meerlaagsveiligheid

Op schema

Op de uitvoeringsagenda van Rijnmond-Drechtsteden staan verschillende maatregelen en onderzoeken. Deze lopen vrijwel alle volgens planning. Hieronder volgt een toelichting op de stand van zaken van enkele maatregelen.

De dijkversterkingen die in het Hoogwater­beschermings­programma zijn geprogrammeerd voor de regio Rijnmond-Drechtsteden liggen op schema. De dijk­versterkingen Capelle en Moordrecht zijn klaar. Met een doorlooptijd van 5,5 jaar van verkenning tot realisatie, behoort de dijkversterking Moordrecht tot de snelst gerealiseerde van Nederland. Voor de andere oever van de Hollandse IJssel loopt de verkenning Krachtige IJsseldijken Krimpenerwaard. Het dijk­versterkings­project Kinderdijk-Schoonhovenseveer (KiS), dat op dit moment in uitvoering is, heeft in 2016 de InfraTech Innovatie­prijs én de Publieksprijs 2016 (van Cobouw) gewonnen.

Het onderzoek naar verkleining van de faalkans en het partieel functioneren van de Maeslantkering heeft inzichten opge­leverd om de waterveiligheid in Rijnmond-Drechtsteden te vergroten. Partieel functioneren van de Maeslantkering door een van de twee sectordeuren te sluiten, blijkt technisch haalbaar. Daarnaast zijn technische verbetermaatregelen aan de kering zelf onderzocht. Rijkswaterstaat onderzoekt binnen het Deltaprogramma Rijnmond-Drechtsteden welke maat­regelen in samenhang met de veiligheidsopgave voor de dijken voor 2028 te implementeren zijn. Deze maatregelen verbeteren de waterveiligheid op middellange termijn en hebben geen invloed op het besluit over het plan Sluizen (motie-Geurts). De optie Plan Sluizen wordt als volwaardig alternatief meegenomen in het onderzoek als de Maeslantkering door zeespiegelstijging vervangen moet worden (dit onderzoek start naar verwachting rond 2040).

Onderdeel van de deltabeslissing Rijn-Maasdelta is dat het Rijk in 2017 in overleg met provincies en waterschappen beslist of het wijzigen van de afvoerverdeling over de Rijntakken na 2050 als mogelijkheid openblijft of vervalt. Het onderzoek naar nut en noodzaak van deze optie duurt langer dan gepland (zie paragraaf 4.3 Rijn). Het Gebiedsoverleg Rijnmond-Drechtsteden en het Bestuurlijk Platform Rijn zijn betrokken en leveren waar nodig input.

Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard is in 2016 gestart met de POV Voorlanden. De uitkomsten zijn van belang voor Rijnmond-Drechtsteden, Rijn, Maas, IJsselmeergebied en Waddengebied.

Het MIRT Onderzoek Operationalisering strategie zelfredzaam Eiland van Dordrecht (vervolg op het MIRT Onderzoek Meerlaagsveiligheid Dordrecht) is in 2017 gereed. Daarna beslissen de betrokken bestuursorganen of een slimme combinatie met compartimenteringskeringen (binnendijken) een alternatief is voor het versterken van de primaire waterkering. Het MIRT Onderzoek voor de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden is in 2016 afgerond. De betrokken regionale partijen zetten de samenwerking voort en werken mogelijke meekoppelkansen verder uit, anticiperend op de benodigde dijkversterkingen tot 2050. Ze verkennen daarbij ook of meerlaagsveiligheid aanvullende kansen biedt.

De casestudie Crisisbeheersing Rotterdam-Noord heeft in 2016 een verbeterstrategie voor crisisplannen opgeleverd, met maatwerkoplossingen voor evacuatie (meestal verticaal evacueren, in enkele gevallen ook horizontaal), risicozonering met een eigen handelingsperspectief per zone en zelf- en samenredzaamheid. In de eerste helft van 2017 bepalen waterschappen, gemeenten, Rijkswaterstaat en de veiligheids­regio hoe de strategie een vervolg krijgt. Daarnaast werken veiligheidsregio’s aan de ambities uit het project Water en Evacuatie.

De vier pilotprojecten Waterveiligheid buitendijks (Noorder­eiland/Kop van Feijenoord, historisch havengebied Dordrecht, Merwe-Vierhavens en Waterveiligheid Botlek) zijn begin 2017 afgerond. De projecten hebben kennis opgeleverd over de buitendijkse overstromingsrisico’s en mogelijke adaptatie­strategieën en maatregelen. Op basis hiervan stelt de gemeente Rotterdam met de betrokken partijen de strategische adaptatieagenda buitendijks voor de regio op.

Op koers

Er is op dit moment geen aanleiding om de voorkeurs­strategie te herzien. De verwachting is dat met de lopende en geplande maatregelen van de voorkeursstrategie de doelen goed en tijdig te realiseren zijn. Eerder is overeengekomen dat de voorkeurs­strategieën iedere zes jaar worden herijkt. De eerste keer zal dit gebeuren in 2020. De Signaalgroep Deltaprogramma brengt de externe ontwikkelingen in beeld die aanleiding zouden kunnen zijn voor bijstelling van de strategieën. Om dit traject inhoudelijk te voeden en ook binnen de eigen regio tijdig het gesprek te kunnen aangaan over de koers van de voorkeurs­strategie, gaat Rijnmond-Drechtsteden de ontwikkelingen in het gebied monitoren, zoals de regionale economische ontwikkelingen. Ook de eerste beoordeling van de dijken op basis van de nieuwe normen speelt daarbij een rol.

Integrale aanpak

Overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven zijn door het Deltaprogramma intensiever gaan samenwerken. Ze wisselen onder meer kennis uit over water en ruimte, klimaat­verandering en gecombineerde oplossingen voor de ruimtelijke inrichting en de regionale economie. 

De waterschappen en het Deltaprogramma Rijnmond-Drechtsteden hebben in november 2016 de bijeenkomst Ruimte en water verbinden georganiseerd, als onderdeel van de jaarlijkse consultatie over het Hoogwater­beschermings­programma. Het resultaat van de bijeenkomst is een overzicht van mogelijke meekoppelkansen bij de geprogrammeerde dijkversterkingen. Uit de Evaluatie Water-RO blijkt dat de samen­werkings­verbanden in de regio succesvol zijn bij het verbinden van water en ruimte. De evaluatie heeft hiervoor ook enkele aandachtspunten opgeleverd.

Het MIRT Onderzoek Alblasserwaard-Vijfheerenlanden laat zien hoe de waterveiligheid te verbinden is met de cultuur­historische identiteit, ruimtelijke kwaliteit en economische kracht van het gebied. Voor de opgaven langs de Hollandsche IJssel heeft de regio een integrale verkenning uitgevoerd door de rol van de Stormvloedkering Hollandsche IJssel, dijken en voorlanden in samenhang te bekijken. Daarbij is ook gekeken naar meekoppelkansen, zoals een betere bereikbaarheid van de Krimpenerwaard. De partijen bespreken de ontwikkelingen en resultaten via een periodiek bestuurlijk afstemoverleg. Het Gebiedsperspectief Noordrand Voorne-Putten (Geuzenlinie) signaleert verschillende meekoppel­kansen bij dijk­versterkingen. In 2017 krijgt dit perspectief een uitwerking in een gebiedsprogramma. De partijen besteden hierbij ook aandacht aan de kansen om de gebiedsopgaven te verbinden met de waterveiligheidsopgave. Het waterschap is hier nauw bij betrokken.

Participatie

Aan de jaarlijkse bijeenkomst over meekoppelkansen bij dijkversterkingen (consultatie over het Hoogwater­beschermings­programma) doen naast mede­overheden ook natuur­organisaties zoals Natuur­monumenten en Staatsbosbeheer mee. Daarnaast participeren betrokken partijen in de projecten. De participatie van mede­overheden loopt goed, maar particulieren en bedrijven betrekken blijft lastig. Daarbij speelt mee dat projecten zich vaak nog in een onderzoeks­fase bevinden. 

Er zijn positieve uitzonderingen. In het MIRT Onderzoek Operationalisering strategie zelfredzaam Eiland van Dordrecht participeren bewoners. De ‘innovatietafel’ in Alblasserwaard Vijfheerenlanden is een vernieuwende manier om het bedrijfsleven te laten meedenken. Het Havenbedrijf Rotterdam is trekker van de pilot waterveiligheid Botlek en ook het bedrijfsleven doet hieraan mee. Bij de pilots Noorder­eiland/Kop van Feijenoord en het historisch havengebied Dordrecht hebben bewoners meegesproken over het onderzoek naar een water­robuuste inrichting. Dit heeft maatregelen opgeleverd voor afzonderlijke panden en aandachts­punten voor communicatie voor en tijdens hoogwater­situaties. 

Implementatie zoetwater (regio West-Nederland)

Belangrijke elementen in de voorkeursstrategie voor zoetwater in West-Nederland zijn uitbreiding van de Klimaatbestendige Wateraanvoer Midden-Nederland (KWA+), om de aanvoer­capaciteit te vergroten, en het optimaliseren van de water­voorziening uit het Brielse Meer.


voorkeursstrategie voor zoetwater in West-Nederland

Zie DP2015,  voorkeursstrategie zoetwater Rijnmond-Drechtsteden. 

Op schema

De maatregelen in de zoetwaterregio West-Nederland liggen over het algemeen op schema. Zo is voor de capaciteits­uitbreiding van de Klimaatbestendige Wateraanvoer Midden-Nederland (KWA) voor het grootste deeltracé de planfase gestart, gericht op waterinlaat uit het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek in droge tijden. Voor een deel van het tracé (de Lopikerwaardroute) wordt in 2017 een verlengde verkenning uitgevoerd, onder meer om inzicht te krijgen in de vraag of de kosten binnen het gereserveerde budget passen. Voor de verkenning bypass Irenesluizen onderzoekt Rijkswaterstaat hoe groot de inlaat van zoetwater in droge perioden via de Irenesluizen moet zijn om verzilting van de waterinlaatpunten en het Amsterdam-Rijnkanaal tegen te gaan én voldoende water te leveren voor de KWA+ en het waterakkoord. De extra zoutlast door de nieuwe zeesluis bij IJmuiden wordt gemitigeerd met selectieve onttrekking; deze extra zoutlast leidt niet tot een grotere capaciteitsvraag bij de Irenesluizen. Als de voorkeursvariant een bypass is, kan onderzoek naar mogelijkheden voor energieopwekking aan de orde zijn. Uit de verkenning voor de Irenesluis blijkt dat de afgesproken maatregelen waarschijnlijk niet binnen het afgesproken budget uit het Deltafonds te realiseren zijn. Daarom wordt voor dit project de inlaat van water door beide schutkolken als sober alternatief bezien. Dit alternatief is wel met het beschikbare budget te realiseren. Via joint fact finding komen alternatieve aanvoerroutes van zoetwater naar West-Nederland in beeld. Er zijn verschillende werksessies georganiseerd om de onderzoeksvragen over de voor- en nadelen van alternatieve aanvoerroutes voor het regionale systeem en het hoofdwatersysteem in beeld te krijgen. 

De maatregel om de watervoorziening van het Brielse Meer te optimaliseren, wordt dit jaar uitgewerkt. 

Veel regionaal gefinancierde zoetwatermaatregelen zijn onderdeel van gebiedsplannen en ook gericht op wateroverlast en waterkwaliteit. De maatregelen in het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) richten zich met name op nutriënten. LTO en de betrokken waterschappen proberen deze maatregelen ook te benutten voor een betere zoetwatervoorziening. De drinkwaterbedrijven Oasen en Dunea breiden hun zuiveringen uit om in te spelen op klimaatverandering en verzilting.

Waterschappen en provincies in de zoetwaterregio hebben ervaring opgedaan met waterbeschikbaarheid. Op verzoek van de gebruikers combineren de overheden dit proces met bredere gebiedsprocessen. Dat kost meer tijd, maar sluit beter aan bij de informatiebehoefte van gebruikers.

Op koers

Er is geen reden om de koers van de voorkeursstrategie zoetwater bij te stellen. Veel maatregelen en gebiedsprocessen voor Waterbeschikbaarheid krijgen een integralere insteek dan bij de start was voorzien. Dat heeft gevolgen voor het tempo van de uitvoering, maar niet voor de koers: het doelbereik komt niet in gevaar en de strategie zelf behoeft dus geen aanpassing. Voor externe ontwikkelingen als de Zeesluis IJmuiden en verdieping van de Nieuwe Waterweg zijn afspraken gemaakt over additionele monitoring en worden compenserende en mitigerende maatregelen genomen om mogelijke verziltingseffecten tegen te gaan.

Integrale aanpak

Maatregelen en gebiedsprocessen voor zoetwater hebben veelal een integrale insteek, omdat de partijen zoetwater beschouwen als onderdeel van het bodem- en watersysteem. Maatregelen om het regionale watersysteem robuuster te maken, dragen vaak ook bij aan andere opgaven, zoals het verbeteren van de waterkwaliteit, het tegengaan van wateroverlast en regionale gebiedsontwikkelingen. Ook gebiedsprocessen voor waterbeschikbaarheid hebben vaak een integraal karakter: de lokale watergebruikers hebben niet alleen belang bij voldoende waterbeschikbaarheid, maar bijvoorbeeld ook bij het voorkomen van wateroverlast. De gebiedsprocessen zijn ook te benutten voor het gesprek over ruimtelijke adaptatie. Voorbeelden van integrale projecten en processen zijn Doorspoeling Haarlemmermeer, Gebiedsplan Krimpenerwaard en de joint fact finding voor wateraanvoerroutes in West-Nederland.

Participatie

Participatie vindt op verschillende niveaus plaats. De sectoren landbouw, natuur en drinkwater zijn vertegenwoordigd in het ambtelijk en bestuurlijk overleg van de zoetwaterregio. Agrarische ondernemers denken in gebiedsprocessen over Waterbeschikbaarheid mee over maatregelen. Voorbeelden hiervan zijn het meten van zoutgehaltes door ondernemers in de Oostpolder en het toepassen van waterbesparende maatregelen op bedrijfsniveau in de greenportregio Boskoop. Maatregelen die de sector treft, passen in het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. De drinkwatersector maakt de drinkwaterwinning robuuster en verkent daarbij ook de kansen voor bijvoorbeeld hergebruik van effluent. Aan de joint fact finding voor alternatieve aanvoerroutes doen ook natuur­organisaties mee. Gemeenten zijn op project­niveau betrokken, bijvoorbeeld in de gebieds­processen over Water­beschikbaarheid en de verkenning van de capaciteits­uitbreiding van de KWA.

Implementatie ruimtelijke adaptatie

Gemeente Dordrecht, Waterschap Hollandse Delta en Provincie Zuid-Holland geven met een living lab invulling aan de ambitie om ruimtelijke adaptatie op het Eiland van Dordrecht te versnellen. Dordrecht wil zich als groen-blauwe stad in de Nederlandse delta profileren, onder meer door woongebieden klimaatbestendig en aantrekkelijk te maken. Het living lab speelt hierop in met drie pilots, gericht op de opgave voor waterkwaliteit in de stad, waterkwantiteit in de stad en een klimaatbestendig ontwerp voor het nieuwe bedrijventerrein Dordtse Kil IV. Kennisinstellingen en private partijen willen graag meedoen, deels ook met cofinanciering. Ook participatie van bewoners en gebruikers is onderdeel van het living lab. Erasmus Universiteit en Deltares ondersteunen het samen­werkingsproces door condities voor doorontwikkeling te scheppen in de doelstelling, de vormgeving en de evaluatie van de pilots. Hiermee willen ze voorkomen dat de voorwaarden voor de pilot zo beperkend zijn dat er weinig effect optreedt (‘pilotparadox’). Dit living lab kan een grote meerwaarde hebben voor zowel het gebied zelf als andere partijen in Nederland die met adaptatie bezig zijn.

Het actieprogramma Klimaatbestendige stad van Den Haag bestaat uit drie onderdelen: weten, willen en werken. In het kader van weten onderzoekt TU Delft hitte-eilanden in de stad, in het onderzoek Haagse Hitte. Het onderzoek bouwt voort op eerdere projecten voor Amsterdam en Rotterdam: Amsterwarm en Hotterdam. Studenten onderzoeken hoe de temperatuur in de stad het welzijn van de stadsbewoners beïnvloedt. Honderd Hagenaars participeren in het onderzoek door thuis een klein digitaal weerstation op te hangen.

Het havengebied en het industrieel complex van Rotterdam liggen grotendeels buitendijks en zijn van groot economisch belang voor Nederland en Europa. De overstromingsrisico’s in de hooggelegen haven zijn klein, maar bij zware storm op de Noordzee kan in delen van het Botlekgebied wateroverlast optreden en in extreme gevallen zelfs een beperkte over­stroming. Uit de pilot Botlek blijkt dat een overstroming hier vooral tot economische schade leidt, in mindere mate tot milieu­verontreiniging en niet of nauwelijks tot slachtoffers. De pilot geeft informatie over de kwetsbaarheid en de keten­afhankelijkheid van vitale en kwetsbare infrastructuur, zoals de onderlinge afhankelijkheid van bedrijven in het gebied en de afhankelijkheid van stroomvoorziening, stikstofvoorziening en de A15. Ook biedt de pilot inzichten in de mate waarin risico’s acceptabel kunnen zijn en in de verschillende percepties van publieke en private partijen. Een aantal bedrijven onderneemt al actie op basis van eigen afwegingkaders. Belangrijk is dat de bedrijven ook gezamenlijk blijven werken aan de aanbevolen adaptatiestrategie. Ook het nationale project Vitaal en Kwetsbaar kan de kennis en ervaringen uit de pilot benutten.

In het project Share My City (impactprojecten derde tranche) worden burgers gestimuleerd om private ruimte beschikbaar te stellen voor publieke doeleinden, zoals waterberging, meer vergroening en minder verharding. Share My City is zowel een platform als een beweging, met als doel de uitvoering van watervasthoud­maatregelen in de private ruimte te verge­makkelijken. Het project maakt per perceel het potentieel in de private ruimte inzichtelijk en koppelt de kansen aan locaties waar waterberging nodig is. Vervolgens stimuleert het project burgers met een campagne om de ruimte beschikbaar te stellen. Burgers zien meteen wat zij op het eigen perceel kunnen doen en wat dat voor henzelf oplevert. Zo wordt klimaatbestendig en waterrobuust inrichten niet alleen een overheidsopgave, maar een gemeenschappelijke maatschappelijke opgave.

  1. Aanbiedingsbrief en adviezen deltacommissaris
  2. Inleidende samenvatting
    1. Doorwerken aan een duurzame en veilige delta
  3. Deel I Nationaal
  4. Voortgang van het Deltaprogramma
    1. Voortgang op basis van ‘meten, weten, handelen’
    2. Algemeen beeld van de voortgang
      1. Op schema
      2. Op koers
      3. Integrale aanpak
      4. Participatie
      5. Slagkracht van de regio’s
    3. Voortgang Waterveiligheid
    4. Voortgang Ruimtelijke adaptatie
    5. Voortgang Zoetwater
    6. Borging, kennis en innovatie, internationale samenwerking
      1. Borging
      2. Kennis
      3. Innovatie
      4. Internationaal
  5. Deltafonds
    1. Ontwikkelingen Deltafonds
    2. Middelen van andere partners
    3. De financiële opgaven van het Deltaprogramma
    4. Financiële borging van het Deltaprogramma
  6. Deel II Gebieden
  7. Voortgang per gebied
    1. IJsselmeergebied/zoetwaterregio IJsselmeergebied
    2. Rijnmond-Drechtsteden/­zoetwaterregio West-Nederland
    3. Rijn/zoetwaterregio Rivierengebied
    4. Maas
    5. Zuidwestelijke Delta/zoetwaterregio Zuidwestelijke Delta
    6. Kust
    7. Waddengebied
    8. Hoge Zandgronden Zuid en Oost
  8. Deel III Deltaplannen
  9. Deltaplan Waterveiligheid
    1. Uitvoeringsprogramma’s
      1. Hoogwaterbeschermingsprogramma
      2. Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma
      3. Ruimte voor de Rivier
      4. Maaswerken
      5. WaalWeelde
      6. Afsluitdijk
      7. Herstel Steenbekledingen Oosterschelde en Westerschelde en Vooroeverbestortingen Zeeland
    2. Rivierverruiming in samenhang met dijkversterking
    3. Onderzoeken volgend uit kennisagenda en in gebieden
  10. Kaart Deltaplan Waterveiligheid
  11. Deltaplan Zoetwater
    1. Maatregelen voor de beschikbaarheid van zoetwater in Nederland
  12. Kaart Deltaplan Zoetwater
  13. Deltaplan Ruimtelijke adaptatie
    1. Inleiding
      1. Aanleiding
      2. Doel en status van het deltaplan
      3. Totstandkoming in gezamenlijkheid
    2. Context
    3. Stand van zaken ‘weten, willen, werken’
      1. Wateroverlast
      2. Hittestress
      3. Droogte
      4. Gevolgen van overstromingen
      5. Huidige aanpak
    4. Wat we gaan doen: versnellen en intensiveren
      1. Visie: van nu naar 2050
      2. Ambitie en aanpak
      3. Tussendoelen
      4. Raamwerk landsdekkende governance ruimtelijke adaptatie
      5. Financiering
    5. Bijlage 1: Actieprogramma
    6. Bijlage 2: Uitkomsten regiobijeenkomsten en rondetafelgesprekken
  14. Achtergronddocumenten
    1. Achtergronddocumenten en downloads
  15. Colofon
    1. Colofon Deltaprogramma 2018
  16. Instructie gebruik Deltaprogramma 2018