4.3

Rijn/zoetwaterregio Rivierengebied

Implementatie en actualisatie waterveiligheidsaanpak

De voorkeursstrategie voor waterveiligheid langs de Rijn richt zich met name op preventie van overstromingen en beperking van de gevolgschade. De opgave is groot en urgent. De kern van de strategie is een krachtig samenspel van dijkversterking en rivierverruiming. Dit leidt tot een veilig, robuust en vitaal rivierengebied en biedt kansen voor verbindingen met economie, ruimte en natuur.


De voorkeursstrategie voor waterveiligheid langs de Rijn

Zie DP2015, voorkeursstrategie Rivieren.

Op schema

Op de uitvoeringsagenda voor de Rijn staan verschillende maatregelen en onderzoeken. Deze lopen vrijwel alle volgens planning. De studie naar nut en noodzaak van het open­houden van de optie om de afvoerverdeling over de Rijntakken na 2050 te wijzigen, duurt langer dan gepland. Op dit moment wordt ten behoeve van dat onderzoek een al ontwikkelde tool toepasbaar gemaakt voor de Nederrijn-Lek. Daarmee is het onderzoek naar verwachting in 2017 af te ronden. De minister van Infrastructuur en Milieu zal daarna (naar verwachting begin 2018) besluiten of de optie al dan niet openblijft, op voorstel van de deltacommissaris en na overleg met provincies en waterschappen. De beslissing wordt opgenomen in Deltaprogramma 2019. Het Gebiedsoverleg Rijnmond-Drechtsteden en het Bestuurlijk Platform Rijn zijn hierbij betrokken en leveren waar nodig input.

De dijkversterkingen die in het Hoogwater­beschermings­programma (HWBP) staan, liggen op schema. Urgent is onder meer versterking van de noordzijde van de Waal en van de Grebbedijk, omdat de veiligheid hier relatief veel afwijkt van de nieuwe normen die sinds 1 januari 2017 van kracht zijn. De beoordeling van de Grebbedijk door Waterschap Vallei en Veluwe is de eerste beoordeling volgens de nieuwe normen die de Inspectie voor Leefomgeving en Transport heeft goed­gekeurd. Uit de POV Centraal-Holland blijkt dat versterking van de Lekdijk van Amerongen tot Wijk bij Duurstede ook urgent is. Mogelijk volgen meer urgente trajecten. Voor vrijwel alle dijktrajecten langs de noordoever van de Waal is de verkenningsfase gestart (Gorinchem-Waardenburg, Tiel-Waardenburg, Nederbetuwe en Wolferen-Sprok). Onderdeel van een van de alternatieven uit de verkenning Wolferen-Sprok is de dijkteruglegging bij Oosterhout. Daarmee wordt vooruitgekeken naar de voorkeursstrategie voor de periode na 2030-2050. De regio wil hiermee een kans voor het ‘krachtig samenspel’ verzilveren. De verkenning van het project Gameren, aan de zuidzijde van de Waal, is in 2016 afgerond; de planuitwerking start in 2017.


POV Centraal-Holland

De naam van deze POV is voor de primaire waterkeringen inmiddels gewijzigd in project Sterke Lekdijk.

Conform het Regionaal voorstel Rijn zijn ook verkenningen en planuitwerkingen voor rivierverruimende maatregelen begonnen. De MIRT-verkenning Varik-Heesselt en de HWBP-verkenning Tiel-Waardenburg, die een gezamenlijke m.e.r.-procedure volgen, liggen op schema. Op 15 november 2016 is hiervoor de Notitie Reikwijdte en Detailniveau vastgesteld. De MIRT-verkenning voor Rivierklimaatpark IJsselpoort duurt een jaar langer dan gepland vanwege de relatie met het onderzoek naar rivierverruiming in het splitsingspuntengebied en het beoogde participatieproces. De verkenning is in het voorjaar van 2019 gereed. Gedeputeerde Staten van Gelderland hebben dit in januari 2017 aan de minister van Infrastructuur en Milieu gerapporteerd. Over IJsseldelta/Reevediep fase 2 hebben het Rijk, de provincies Overijssel en Flevoland en waterschap Zuiderzeeland op 14 december 2016 een bestuursovereenkomst getekend om de uitvoering te versnellen: de planning is dat in 2022 alle maatregelen gereed zijn, inclusief de verwijdering van de Roggebotsluis. Dat levert bij hoogwater een forse waterstandsdaling op, van ruim een halve meter bij Zwolle tot één meter ten zuiden van Kampen.

Op koers

In het Bestuurlijk Platform Deltaprogramma Rijn is afgesproken de voorkeursstrategie te actualiseren in het project Ambitie Rivieren. Het doel is om te komen tot een realistisch en uitvoerbaar voorstel voor de combinatie van dijkversterking en rivierverruiming op de lange termijn. In 2017 werkt de regio aan de actualisatie van de voorkeursstrategie voor de IJssel, de Waal en het splitsingspuntengebied. Het streven is dat de regionale partijen en de minister van Infrastructuur en Milieu begin 2018, op voorstel van de deltacommissaris, een bestuurlijke overeenkomst sluiten over rivierverruimende maatregelen voor de lange termijn in samenhang met dijkversterking langs de Rijntakken. De gezamenlijke ambitie is de maatregelen te verankeren in een programma (bij een substantieel aantal maatregelen), om tot een robuust rivierensysteem op lange termijn te komen. De nieuwe voorkeursstrategie wordt daarmee meer dan een strategisch kompas.

In de bestuurlijke overeenkomst maken de partijen afspraken over een realistische bandbreedte voor de in de toekomst vast te leggen waterstandslijn langs de Rijntakken (vast te leggen in het Ontwerpinstrumentarium), gezamenlijke financiering op korte en lange termijn (mogelijk via een fonds), de juridische borging van de overeenkomst en de governance (status, verantwoordelijkheidsverdeling, werkwijze, agendering en spelregelkader voor rivierverruiming).

Retentie in de Rijnstrangen is in de voorkeursstrategie een optie voor de periode na 2050. In 2017 wordt opnieuw onderzoek gedaan naar de optimale inzet en een optimaal ontwerp van dit retentiegebied bij de nieuwe normering. Het onderzoek gaat ook in op de waarde van retentie in een adaptieve strategie en draagt bij aan de actualisatie van de voorkeursstrategie. 

Maatregelen rond de splitsingspunten moeten in samenhang bekeken worden om de huidige afvoerverdeling in stand te houden. Hiervoor zijn maatregelen in de Huissensche Waarden en de Meinerswijk (Arnhem) in beeld. Provincie Gelderland onderzoekt samen met Rijkswaterstaat of deze aanvullende maatregelen realistisch zijn en op draagvlak kunnen rekenen. Uit onderzoek van Rijkswaterstaat blijkt dat het project Rivierklimaatpark IJsselpoort de afvoerverdeling over de Rijntakken kan beïnvloeden. Rivierklimaatpark IJsselpoort omvat verschillende rivierverruimende projecten langs de IJssel en ontwikkelt daarvoor scenario’s waarin de mate van rivierverruiming verschilt, ook in de tijd. Rijkswaterstaat onderzoekt hoeveel ruimte er is voor waterstandsdaling in Rivierklimaatpark IJsselpoort als er geen andere maatregelen in het splitsingspuntengebied mogelijk zijn. 

Voor de dijken langs de Nederrijn en de Lek is nader onderzoek gedaan naar de dijkverhogingsopgave. De resultaten laten zien dat de opgave voor de dijkhoogte vanwege zeespiegelstijging en bodemdaling het grootst is in het westen van het gebied: langs de Lek stroomafwaarts van de stuw Hagestein. Tegelijkertijd zijn er in dit deel van de Nederrijn en Lek weinig kansen voor rivierverruiming. De resultaten laten ook zien dat er bovenstrooms van de stuw Hagestein een beperkte en deels zelfs helemaal geen opgave voor de dijkhoogte is. Dit deel van de Nederrijn en de Lek biedt juist wel kansen voor rivier­verruiming. Lokale kansen voor rivierverruiming, al dan niet in combinatie met dijkversterkingen, Kaderrichtlijn Water -maatregelen en andere meekoppelkansen, worden momenteel verder inzichtelijk gemaakt. In 2017 wordt besloten of en hoe de Nederrijn en Lek een plaats krijgen in de actualisatie van de voorkeursstrategie.


Samenwerking met Noordrijn-Westfalen

Nederland (Rijkswaterstaat) en Noordrijn-Westfalen onderzoeken samen het overstromingsrisico langs de Rijn in het grensgebied. Ze passen daarvoor in de twee grensoverschrijdende dijkringen de Nederlandse overstromingsrisicobenadering toe, zoals ontwikkeld in het project Veiligheid Nederland in Kaart en het Deltaprogramma. Bijzonder aan deze dijkringen is dat een overstroming in het Nederlandse deel leidt tot natte voeten in het Duitse deel en omgekeerd. Daarom worden deze gebieden in de studie als één geheel beschouwd.  

Het onderzoek brengt de verschillen in veiligheidsaanpak, de huidige en toekomstige overstromingsrisico’s voor de inwoners aan weers­zijden van de grens en mogelijke maatregelen om het overstromings­risico te verkleinen in beeld. Ook is het streven om de kennis over de invloed van het klimaat op de afvoeren van de Rijn te delen. Hiermee levert het onderzoek de bouwstenen om toekomstige hoogwater­veiligheids­maatregelen aan beide zijden van de grens beter op elkaar af te stemmen. De analyses zijn gestart; eerste resultaten komen eind 2017 beschikbaar. 


Integrale aanpak

Met het krachtig samenspel van dijkversterking en rivier­verruiming is een integrale aanpak onderdeel van de voorkeurs­strategie voor de Rijn. De actualisatie van de voorkeurs­strategie, gericht op een adaptief uitvoerings­programma voor het Rijngebied, geeft daar verder inhoud aan, met ruimtelijke kwaliteit als integraal onderdeel. De Verkenning Ruimtelijke Kwaliteit Rijntakken (VRKR) geeft handvaten om ruimtelijke kwaliteiten te behouden, te versterken en te vernieuwen langs de IJssel en de Waal-Merwedes en in het splitsings­punten­gebied. 

Het Bestuurlijk Platform Waal-Merwedes en de bestuurlijke begeleidingsgroep HWBP Waal zijn samengegaan in één bestuurlijk overleg om de combinatie van water­veiligheids­maatregelen en integrale gebieds­ontwikkeling te stimuleren. Dat gebeurt nu onder meer in het gecombineerde m.e.r.-traject voor de HWBP-verkenning Tiel-Waardenburg en de MIRT-verkenning Varik-Heesselt en door de dijk­teruglegging Oosterhout als variant mee te nemen in de HWBP-verkenning Wolferen-Sprok.

De waterschappen langs de IJssel werken aan een adaptieve uitvoeringsstrategie om de IJsseldijken op orde te brengen in samenhang met ruimtelijke ontwikkelingen en kwaliteit langs de IJssel. De stuurgroep IJssel heeft deze uitvoeringsstrategie vastgesteld als bouwsteen voor het samenspel van dijkverbetering en rivierverruiming. Een ander voorbeeld van een integrale aanpak is het project Grebbedijk. Waterschap Vallei en Veluwe is samen met de gemeente Wageningen en de provincies Utrecht en Gelderland, Staatsbosbeheer en Rijkswaterstaat een verkenning gestart naar de versterking van de Grebbedijk langs de Nederrijn, met nauwe betrokkenheid van de omgeving. De partijen brengen via een gebiedsproces in beeld welke mogelijkheden er zijn om hoogwaterveiligheid te verbinden met verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, zodat kansen ontstaan voor natuur, recreatie, cultuurhistorie, economie en mobiliteit. Ook in het project Rivierklimaatpark IJsselpoort zoeken de partijen naar een slimme adaptieve uitvoeringsstrategie met een optimale invulling van rivierverruiming, dijkversterking, natuur­ontwikkeling, recreatieve functies, vaarwegverbetering en behoud van de economische bedrijvigheid.


uitvoeringsstrategie

Participatie

In de MIRT- en HWBP-verkenningen is de participatie van betrokken partijen intensief. Zo denken burgers, ontwerpers en stedenbouwkundigen mee over de dijkversterkingen langs de Waal, bijvoorbeeld in de ensemblewerkgroepen voor de verkenning Gorinchem-Waardenburg. Bewonersgroepen zijn als ‘dijkdenkers’ betrokken bij de versterking van de Grebbedijk (ontwerp en kansen voor ruimtelijke kwaliteit) en de IJsseldijk tussen Olst en Zwolle. Participatie van betrokken bewoners, overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij de verkenning Varik-Heesselt/Tiel-Waardenburg heeft achttien mogelijke oplossingsrichtingen opgeleverd, die in een transparant proces zijn teruggebracht tot enkele kansrijke oplossingsrichtingen. Voor Rivierklimaatpark IJsselpoort start na de zomer van 2017 een intensief participatieproces om wensen voor dit park op te halen bij bewoners en gebruikers van het gebied.

Sinds oktober 2015 vertegenwoordigen twee deelnemers de maatschappelijke organisaties in het Bestuurlijk Platform Rijn: de voorzitter van de Spiegelgroep Waal-Merwedes (tevens deelnemer van het Bestuurlijk Platform Waal-Merwedes) en een vertegenwoordiger van de Klankbordgroep van RBO Rijn Oost (tevens deelnemer van de Stuurgroep IJssel). Het Deltaprogramma Rijn organiseert tweemaandelijkse brede kennisbijeenkomsten over de actuele voortgang van de voorkeursstrategie, projecten en onderzoeken, voor zowel de overheden als de maatschappelijke organisaties in de regio. Iedere twee jaar wordt er een grote gebiedsconferentie georganiseerd (de Rivierendag) om de brede Rijn-community te informeren.

Implementatie zoetwater (zoetwaterregio Rivierengebied)

De voorkeursstrategie Zoetwater in het rivierengebied bestaat uit het optimaliseren van de wateraanvoer naar de regio en spaarzaam watergebruik, met inzet van Slim Water­management en aanpassingen aan de hoofdinlaten.


De voorkeursstrategie Zoetwater in het rivierengebied

Zie DP2015, voorkeursstrategie Zoetwater Rivierengebied.

Op schema

De implementatie van de voorkeursstrategie Zoetwater Rivierengebied ligt op schema. De voorkeursstrategie krijgt invulling met modelmatige berekeningen van de water­behoefte uit het hoofdwatersysteem, verkenning van maatregelen voor Waterbeschikbaarheid en aanpassingen aan de hoofdinlaten. 

Waterschap Rivierenland stelt aanvoermodellen op om de doelmatigheid van het watergebruik te bepalen. In 2016 is het onder­zoek voor het eerste deelgebied afgerond. Hieruit blijkt dat het ingelaten water efficiënt wordt gebruikt. In 2017 komen aanvoermodellen voor twee deelgebieden gereed. Het onderzoek, dat in 2021 voor alle tien deelgebieden aanvoer­modellen moet opleveren, verloopt daarmee volgens planning.

In 2016 is als onderdeel van de gebiedsontwikkeling Kop van de Betuwe de pilot Waterbeschikbaarheid afgerond. Kansrijke maatregelen lijken tijdelijke peilopzet, beregenen voorafgaand aan droogte en onttrekken uit diepe plassen. De eerste twee maatregelen vragen vlak voor de droge periode extra water­aanvoer uit het hoofdwatersysteem. 

Waterschap Rivierenland heeft samen met Deltares en Rijkswaterstaat onderzocht wat regionale zoetwater­maatregelen betekenen voor de Water­beschikbaarheid in het hoofd­watersysteem. Het onderzoek geeft aan dat regionale maatregelen vooral heel lokaal en tijdelijk een effect hebben en niet of nauwelijks leiden tot een kleinere vraag aan het hoofdwater­systeem. Ook blijkt dat keuzen voor uitgangs­punten voor de beregenings­gegevens een duidelijke impact hebben op de uitkomsten van het model. Beregening is een belangrijk onderdeel van de watervraag aan het (hoofd)watersysteem. Ook verneveling in de fruitteelt om verbranding door de zon te voorkomen is hierbij van belang. De modellen geven dat nu niet juist weer. Om de modelinvoer voor beregening landelijk uniform te maken, wil Rijkswaterstaat deze invoer laten afleiden en toepassen in nieuwe sommen. Daarnaast kunnen aanpassingen in doorspoeldebiet, de gemaal- en inlaatcapaciteit en structurele peilverandering plaatsvinden wanneer daarover concrete en complete informatie wordt aangeleverd. Tot slot wordt het autonoom meegroeien van de capaciteit verkend.

De zoetwaterregio herberekent de komende periode de regionale waterbehoefte, zodra de Waterbeschikbaarheid via het hoofdwatersysteem bekend is. 

Rijkwaterstaat heeft in 2016 een onderzoek afgerond naar nut en noodzaak van wateraanvoer van de Waal naar de Maas bij laagwater. De afvoer van de Maas kan in droge perioden sterk afnemen, waardoor het peil in de stuwpanden en de water­voorziening naar het Land van Maas en Waal moeilijk te handhaven zijn. Ook verslechtert de waterkwaliteit in de Maas bij laagwater, waardoor het noodzakelijk kan zijn de inname voor drinkwaterproductie tijdelijk te staken. De conclusie is dat wateraanvoer van de Waal naar de Maas in droge tijden effectief kan zijn om de kwaliteit van het Maaswater voor de drinkwater­voorziening te verbeteren en schade voor landbouw en scheepvaart te verminderen. Voor een structurele maatregel is onvoldoende aanleiding. Het is wel zinvol om waterdoorvoer van de Waal naar de Maas als noodmaatregel uit te werken. Daarvoor is in 2017 vervolgonderzoek gestart.

Eind 2016 botste een binnenvaartschip tegen stuw Grave. Het incident maakte duidelijk wat de gevolgen zijn als de water­standen in het stuwpand Sambeek-Grave en het Maas-Waalkanaal plotseling zakken. Vergelijkbare effecten kunnen optreden als in de toekomst zeer lage afvoeren in de Maas optreden. Rijkswaterstaat gaat de stuw bij Grave in 2028 vervangen als onderdeel van de vervangingsopgave natte kunstwerken.

Op koers

Er is op dit moment geen aanleiding om de koers van de voorkeursstrategie Zoetwater Rivierengebied aan te passen.

Integrale aanpak

De gebiedsontwikkeling Kop van de Betuwe combineert aanvoer van zoetwater met de winning van thermische energie uit oppervlaktewater (voor aardgasloze wijken) en meerlaags­veiligheid (ruimtelijke inrichting, evacuatieroutes). Een pilot met de combinatie van warmte-koudewinning uit oppervlakte­water en zoetwater, bij een aanvoergemaal in het dichtbebouwde Arnhem-Zuid, lijkt kansrijk voor opschaling. Uit studies die in 2016 op de Nationale Klimaattop zijn gepresenteerd, blijkt dat Nederland circa 12% van de landelijke warmtebehoefte uit de wateren kan betrekken. 

De innovatieregeling voor gebruikers in Rivierengebied Zuid is gekoppeld aan het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. Daarmee stimuleren de partijen een integrale aanpak van water- en landbouwvraagstukken. 

Participatie

In Rivierengebied Zuid werken Waterschap Rivierenland, ZLTO en een groep vooroplopende land- en tuinbouwers samen. In 2017 stelt het waterschap een innovatieregeling open. Gebruikers van zoetwater kunnen daar gebruik van maken als ze willen investeren in (innovatieve) waterbesparende maatregelen. 

In de zoetwaterpilot Kop van de Betuwe heeft LTO-Noord een representatieve groep van landbouwers en telers betrokken. De partijen hebben informatie uitgewisseld en daarmee de waterbehoefte helder in beeld gebracht. Dit is onderdeel van stap 1: transparantie. Het waterbewustzijn blijkt voldoende tot goed. Het waterschap brengt de ervaringen over in de leeromgeving van het kernteam Zoetwater.

Implementatie ruimtelijke adaptatie

De gemeente Nijmegen voert klimaatbeleid uit om in 2050 klimaatbestendig te zijn, gericht op mitigatie en adaptatie van vier klimaateffecten: hoogwaterdreiging van Waal en Maas, hevige regenval en stormen, hittestress (vooral ’s nachts) en droogte (in groen en natuur). Nijmegen was begonnen met afkoppelen van hemelwater en richt zich nu ook op andere maatregelen, zoals de ontwikkeling van groen-blauwe structuren in de stad. Het Nationaal Kennis- en Innovatie­programma Water en Klimaat (onderzoekslijn Klimaatbestendige stad) bracht op 9 maart 2017 een bezoek aan Nijmegen om kennis en praktijkervaringen uit te wisselen.

Waterschap Rivierenland onderzoekt samen met de provincie, gemeenten, de veiligheidsregio en nutsbedrijven hoe ze kunnen bijdragen aan ruimtelijke adaptatie. Het onderzoek richt zich onder meer op maatregelen om de gevolgen van een overstroming in het oostelijk deel van de Betuwe tussen Arnhem en Nijmegen te beperken, met aandacht voor de waterrobuustheid en het verkleinen van het slachtofferrisico. Ook een verkenning naar de waterbehoefte en de water­beschikbaarheid in het gebied en maatregelen om de water­beschikbaarheid te vergroten zijn onderdeel van het onderzoek. Tot slot brengt het onderzoek in beeld hoe energie uit oppervlakte­water te winnen is voor het verwarmen van woningen in het bebouwde gebied. Het project wordt in 2017 afgerond.

De gemeente Zwolle werkt met de andere overheden aan een unieke combinatie van ruimte voor de rivier, dijkversterking en meerlaagsveiligheid. Samenwerking met lokale belang­hebbenden en innovatie staan daarbij centraal. Ook adaptatievraagstukken tot in de haarvaten van de stad zijn onderdeel van de aanpak. Het netwerk Klimaatactieve Stad (KAS-IJVD) zoekt oplossingen voor kwetsbare locaties in de stad en particuliere waardecreatie die bijdraagt aan klimaat­bestendigheid. Zwolle werkt vanaf begin 2017 met een klimaatplan met doelstellingen voor klimaatadaptatie en actielijnen voor de komende jaren.

Het project 'Expeditie Hemels Water, van het dak in de …' is een impactproject uit het Stimuleringsprogramma Ruimtelijke adaptatie (impactprojecten derde tranche). Twee basisscholen in Zutphen koppelen het regenwater af en vergroenen het schoolplein. Leerlingen denken mee bij het ontwerpen van oplossingen voor het afkoppelen, beter benutten en afvoeren van het hemelwater. Een positieve insteek staat centraal: wat kunnen we met al dat gratis water? Het project biedt tegelijkertijd educatieve programma’s aan om kinderen en ouders te betrekken bij het onderwerp. De basisscholen dienen ook als showcase door kansen voor het afkoppelen van hemelwater bij woningen onder de aandacht van ouders en omwonenden te brengen. Het lijkt een goede aanpak om ouders via kinderen te bereiken en te motiveren om klimaatadaptieve maatregelen te treffen. 

  1. Aanbiedingsbrief en adviezen deltacommissaris
  2. Inleidende samenvatting
    1. Doorwerken aan een duurzame en veilige delta
  3. Deel I Nationaal
  4. Voortgang van het Deltaprogramma
    1. Voortgang op basis van ‘meten, weten, handelen’
    2. Algemeen beeld van de voortgang
      1. Op schema
      2. Op koers
      3. Integrale aanpak
      4. Participatie
      5. Slagkracht van de regio’s
    3. Voortgang Waterveiligheid
    4. Voortgang Ruimtelijke adaptatie
    5. Voortgang Zoetwater
    6. Borging, kennis en innovatie, internationale samenwerking
      1. Borging
      2. Kennis
      3. Innovatie
      4. Internationaal
  5. Deltafonds
    1. Ontwikkelingen Deltafonds
    2. Middelen van andere partners
    3. De financiële opgaven van het Deltaprogramma
    4. Financiële borging van het Deltaprogramma
  6. Deel II Gebieden
  7. Voortgang per gebied
    1. IJsselmeergebied/zoetwaterregio IJsselmeergebied
    2. Rijnmond-Drechtsteden/­zoetwaterregio West-Nederland
    3. Rijn/zoetwaterregio Rivierengebied
    4. Maas
    5. Zuidwestelijke Delta/zoetwaterregio Zuidwestelijke Delta
    6. Kust
    7. Waddengebied
    8. Hoge Zandgronden Zuid en Oost
  8. Deel III Deltaplannen
  9. Deltaplan Waterveiligheid
    1. Uitvoeringsprogramma’s
      1. Hoogwaterbeschermingsprogramma
      2. Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma
      3. Ruimte voor de Rivier
      4. Maaswerken
      5. WaalWeelde
      6. Afsluitdijk
      7. Herstel Steenbekledingen Oosterschelde en Westerschelde en Vooroeverbestortingen Zeeland
    2. Rivierverruiming in samenhang met dijkversterking
    3. Onderzoeken volgend uit kennisagenda en in gebieden
  10. Kaart Deltaplan Waterveiligheid
  11. Deltaplan Zoetwater
    1. Maatregelen voor de beschikbaarheid van zoetwater in Nederland
  12. Kaart Deltaplan Zoetwater
  13. Deltaplan Ruimtelijke adaptatie
    1. Inleiding
      1. Aanleiding
      2. Doel en status van het deltaplan
      3. Totstandkoming in gezamenlijkheid
    2. Context
    3. Stand van zaken ‘weten, willen, werken’
      1. Wateroverlast
      2. Hittestress
      3. Droogte
      4. Gevolgen van overstromingen
      5. Huidige aanpak
    4. Wat we gaan doen: versnellen en intensiveren
      1. Visie: van nu naar 2050
      2. Ambitie en aanpak
      3. Tussendoelen
      4. Raamwerk landsdekkende governance ruimtelijke adaptatie
      5. Financiering
    5. Bijlage 1: Actieprogramma
    6. Bijlage 2: Uitkomsten regiobijeenkomsten en rondetafelgesprekken
  14. Achtergronddocumenten
    1. Achtergronddocumenten en downloads
  15. Colofon
    1. Colofon Deltaprogramma 2018
  16. Instructie gebruik Deltaprogramma 2018