2.4

Voortgang Ruimtelijke adaptatie

De kern van de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie is een transitie naar een klimaat­bestendige en waterrobuuste ruimtelijke inrichting in 2050. Tussendoel is dat Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen in 2020 klimaat­bestendig en waterrobuust handelen hebben vastgelegd in hun beleid. De overheden hebben de gezamenlijke inzet hiervoor vastgelegd in de Bestuurs­overeenkomst Deltaprogramma. In het nieuwe Deltaplan Ruimtelijke adaptatie, dat dit jaar voor het eerst onderdeel van het Delta­programma is, staan ambities en afspraken om de aanpak gezamenlijk te versnellen en te intensiveren. In dit eerste plan ligt de focus op de bestrijding van water­overlast en hittestress. Overheden en andere partijen doen al veel op eigen kracht en er is een nationaal stimulerings­programma om de transitie verder tot stand te brengen. Het Rijk maakt dertien nationale vitale en kwetsbare functies beter bestand tegen overstromingen.


deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie

Zie DP2015, paragraaf 2.4, deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie.

Op schema

Voor de programmering van onderzoeken, maatregelen en voorzieningen voor ruimtelijke adaptatie: zie het nieuwe Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (Deel III).

Deltaplan Ruimtelijke adaptatie

Gemeenten, waterschappen, provincies en Rijkhebben onder regie van de deltacommissaris een eerste versie van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie opgesteld. Dit nieuwe deltaplan heeft als doel het klimaatbestendig en waterrobuust maken van de leefomgeving te versnellen en de vrijblijvend­heid in de aanpak terug te dringen. Dat is nodig, omdat de urgentie van klimaatadaptatie toeneemt. De tussentijdse evaluatie van de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie laat zien dat versnelling en intensivering noodzakelijk zijn om het doel van een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting in 2050 te kunnen halen. De focus ligt in dit eerste plan op water­overlast en hittestress, maar het plan besteedt ook aandacht aan droogte en het beperken van de gevolgen van overstromingen door ruimtelijke inrichting.

In het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie staan tussendoelen die de overheden gezamenlijk hebben afgesproken (zie figuur 2). Alle gemeenten, waterschappen en provincies en het Rijk (waaronder Rijkswaterstaat) voeren uiterlijk in 2019 samen met de betrokkenen in hun gebied een stresstest uit, zowel in het stedelijke als in het landelijke gebied, om inzicht te krijgen in de kwetsbaarheid voor klimaatextremen. Deze stresstest wordt elke zes jaar herhaald. Het Rijk neemt het voortouw om in 2017 een ‘gestandaardiseerde’ stresstest te ontwikkelen. Het Rijk werk hiervoor nauw samen met waterschappen, gemeenten, aanbieders van bestaande stresstesten en kennispartijen waaronder STOWA en stichting RIONED. Naast de standaard­onderdelen zal deze stresstest voldoende ruimte bieden voor lokaal en regionaal maatwerk, gezien de locatie­specifieke problematiek en behoeften.

Op basis van deze analyse van de opgave stellen de overheden op lokaal en regionaal niveau de ambities vast. Vervolgens stellen ze strategieën voor ruimtelijke adaptatie en uitvoerings­agenda’s op, in samenspraak met maatschappelijke partijen. De ambities voor ruimtelijke adaptatie die daaruit volgen, verankeren de overheden in hun beleid voor de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld in de Omgevingsvisies onder de Omgevingswet.

Het deltaplan bevat een overzicht van instrumenten, afspraken over kennisdeling en een raamwerk voor een landsdekkende governance. Het deltaplan wordt jaarlijks geactualiseerd. Het nu voorliggende deltaplan is een eerste versie van het plan, dat vervolgens jaarlijks wordt geactualiseerd. De deltacommissaris monitort of de uitwerking voortvarend tot stand komt. De resultaten daarvan komen jaarlijks in het geactualiseerde deltaplan te staan.

In 2015 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin ze de regering verzoekt om samen met gemeenten, waterschappen en anderen in 2016 tot een overtuigend actieplan te komen voor het stimuleren van waterberging en vergroening in de stad. De motie krijgt invulling met dit Deltaplan Ruimtelijke adaptatie. Ook het stimuleren van initiatieven van particulieren voor vergroening in steden en het vasthouden van water heeft hier een plaats in gekregen. Daarmee geeft dit plan invulling aan een andere motie die de Tweede Kamer heeft aangenomen. Tot slot geeft dit deltaplan invulling aan de motie-Visser (juli 2016) waarin de Tweede Kamer de regering verzoekt in overleg met de waterschappen en gemeenten een plan te maken over de manier waarop in de toekomst sneller gehandeld kan worden in extreme gevallen, om daarmee de schade zo veel mogelijk te beperken.


motie

Motie van de leden Jacobi en Dik-Faber over een actieplan Stedelijk Waterbeheer, kamerstuk 34300-J nr. 22.


motie

Motie van de leden Jacobi en Leenders over financiële prikkels voor particulieren voor vergroening en het vasthouden van water, kamerstuk 34550-J nr. 23.


motie-Visser

Motie van het lid Visser c.s. over een plan voor sneller handelen bij extreme wateroverlast, kamerstuk 34436 nr. 8.

De samenwerkende overheden in Noord-Brabant en Limburg hebben besloten versneld aan de slag te gaan met klimaat­adaptatie, om zo beter voorbereid te zijn op klimaat­verandering (zie het kader Versneld aan de slag met klimaatadaptatie - Uitnodiging Zuid-Nederland in paragraaf 4.8). De aanpak van Zuid-Nederland is ook betrokken bij het opstellen van het eerste Deltaplan Ruimtelijke adaptatie. Daarmee heeft de minister van Infrastructuur en Milieu invulling gegeven aan de toezegging om dit initiatief te omarmen, naar aanleiding van de motie-Geurts van november 2016.


motie-Geurts

Gewijzigde motie van het lid Geurts over voordragen van het actieplan Code Oranje als koploperproject, kamerstuk 34550-J nr. 21.

Figuur 2

Tussendoelen

Tussentijdse evaluatie

Begin 2017 is – eerder dan aangekondigd in Deltaprogramma 2015 – de eerste tussentijdse evaluatie van de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie afgerond. De evaluatie laat zien hoe ver de transitie naar klimaatbestendig en waterrobuust handelen bij overheden is gevorderd en of de ontwikkelde instrumenten en maatregelen toereikend zijn om de doelstellingen voor 2020 en 2050 te halen. Uit de tussenevaluatie blijkt dat versnelling en intensivering noodzakelijk zijn om de doelstellingen van de deltabeslissing te halen. De evaluatie is eerder uitgevoerd dan gepland om de resultaten te kunnen benutten in het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie. Dat is gebeurd.

Uit de evaluatie blijkt dat ruimtelijke adaptatie nog een diffuus begrip is. Er is behoefte aan scherpe probleemanalyses en heldere doelen en ambities voor onder meer economische ontwikkeling, gezondheid, veiligheid en leefbaarheid. Organisaties hebben niet altijd voldoende kennis beschikbaar en missen vaak concrete handelingsopties. De kennis en inzichten uit praktijkvoorbeelden moeten breder toepasbaar worden gemaakt. Het regionale niveau leent zich er goed voor om doelen, instrumenten en plannen van aanpak te concretiseren en verbindingen te leggen tussen klimaat­opgaven en andere fysieke opgaven. Dit vraagt gedeeld eigenaarschap en ambities op regionaal niveau. Uit de evaluatie blijkt verder dat het gevoel van urgentie sterk verschilt per onderwerp (waterveiligheid, vitaal en kwetsbaar, wateroverlast, hitte en droogte). Ook blijkt dat grote organisaties en organisaties die overlast hebben ervaren eerder in beweging komen dan andere organisaties. Tot slot blijkt dat partijen te weinig nieuwe wegen verkennen om ervoor te zorgen dat ruimtelijke adaptatie in 2020 onlosmakelijk onderdeel is van beleid en uitvoering. Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie speelt in op de resultaten van de evaluatie. De resultaten worden ook benut voor de Nationale klimaatadaptatiestrategie.

Stimuleringsprogramma

In 2017 heeft het Stimuleringsprogramma voor het derde jaar verschillende activiteiten aangeboden en maatregelen genomen om de transitie te ondersteunen, conform de planning. De lessen uit de evaluatie zijn gebruikt om accenten te verleggen en sommige onderdelen te intensiveren. Zo is een nieuw living lab van start gegaan in Dordrecht. Het Stimulerings­programma heeft ook de uitvoering van stresstesten en de borging van klimaat­adaptatie in Omgevings­visies actief gestimuleerd. De samenwerking met niet-overheden is doorgezet en er zijn eerste stappen gezet om in gesprek te gaan met woningcorporaties. Ook de inzet op de tweede laag van meerlaagsveiligheid (ruimtelijke inrichting) heeft met het Stimuleringsprogramma een impuls gekregen, via het vervolgonderzoek ‘Marken boven water II’ en een gespreksnotitie voor beleidsmakers over ruimtelijke inrichting bij water­veiligheids­opgaven en de rol van de ruimtelijke professionals daarbij. De volgende stap is de voorbereiding van een afwegingskader meerlaags­veiligheid om keuzes voor een waterrobuuste ruimtelijke inrichting te ondersteunen. De tien impactprojecten van de eerste en tweede tranche zijn afgerond. De resultaten zijn begin 2017 gedeeld op de Netwerkdag Ruimtelijke Adaptatie. In 2017 worden de vijf impactprojecten van de derde tranche afgerond. De resultaten en lessen (do’s en don’ts) komen beschikbaar in het kennisportaal (www.ruimtelijkeadaptatie.nl), via de nieuwsbrief Ruimtelijke adaptatie en in themabijeenkomsten. In 2017 is het kennisportaal vernieuwd op basis van wensen en suggesties van gebruikers; de Klimaateffectatlas is geactualiseerd met de laatste klimaatscenario’s.


Marken boven water II

Zie kader Cultureel erfgoed en het Deltaprogramma, paragraaf 2.4.


living lab

Voor beschrijving living lab zie paragraaf 4.2, onder Implementatie Ruimtelijke adaptatie.

Als onderdeel van het Stimuleringsprogramma zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd naar ruimtelijke adaptatie in het stedelijk gebied. De Hogeschool van Amsterdam heeft op basis van onderzoek de publicatie Het klimaat past ook in uw straatje uitgebracht. Deze laat voor tien representatieve straten een klimaatbestendige inrichting zien. Uit de kosten en baten blijkt dat een klimaatbestendige inrichting vaak niet duurder is dan een traditionele inrichting. Ook is een onderzoek naar actief grondwaterpeilbeheer in stedelijk gebied afgerond, gericht op het voorkomen van te lage en te hoge grondwaterstanden. Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie bevat de afspraak dat voor de periode 2018-2022 een nieuw Stimuleringsprogramma wordt ingesteld.

Het Planbureau voor de Leefomgeving onderzoekt als onderdeel van de systematiek ‘meten, weten, handelen’, hoe ruimtelijke adaptatie te monitoren is en wat de ervaringen daarmee in het buitenland zijn. Dit onderzoek wordt gefinancierd uit het Stimuleringsprogramma. Het project loopt tot medio 2018. 

Kennis delen

Kennis delen is essentieel voor ruimtelijke adaptatie, juist omdat de urgentie toeneemt en de opgave een samen­hangende aanpak vraagt. Daarom is een landelijk platform voor kennisdeling in oprichting. Het gaat om de opschaling van de succesvolle netwerkaanpak van Amsterdam Rainproof en andere succesvolle netwerkinitiatieven. In 2017 hebben betrokkenen ook kennis gedeeld in goed bezochte bijeen­komsten over onder meer de stresstest, omgevings­visies, maatwerk­projecten en richtlijnen voor ruimtelijke adaptatie. Sinds maart 2017 brengt de onderzoekslijn Klimaatbestendige stad van NKWK kennis­kranten uit. De eerste editie had wateroverlast als onderwerp. In het kader van de projecten­tournee van NKWK-KBS zijn Twente (KlimaatActieve Stedenband), Culemborg, Nijmegen en Dordrecht bezocht. Deelnemers van deze werkbezoeken hebben ook onderling kennis en ervaringen kunnen delen. Op www.ruimtelijkeadaptatie.nl staan sinds 2017 verschillende ‘kennisclips’ (korte filmpjes) die in samenwerking met het klimaat­adaptatie­netwerk van het hbo zijn ontwikkeld. Kennis is ook verspreid op de Netwerkdag Ruimtelijke adaptatie en via de nieuwsbrief Ruimtelijke adaptatie, artikelen in kranten en tijdschriften, de special Stad in het nieuwe klimaat van het ROmagazine en de netwerken van de Alliantie Klimaatbestendige stad en de City Deal Klimaatadaptatie.


NKWK

Nationaal Kennis- en Innovatieprogramma Water en Klimaat.


NKWK-KBS

Onderzoekslijn Klimaatbestendige Stad van NKWK.


City Deal Klimaatadaptatie.

Zie onder kopje Participatie in dit hoofdstuk 2.4 Voortgang Ruimtelijke adaptatie.

Nationale vitale en kwetsbare functies

De activiteiten van het Rijk om de dertien nationale vitale en kwetsbare functies beter bestand te maken tegen over­stromingen liggen op schema om het tussendoel voor 2020 te behalen: het Rijk heeft in 2020 zo nodig beleid en regelgeving voor de nationale vitale en kwetsbare functies vastgesteld. In de Derde voortgangs­rapportage Aanpak nationale vitale en kwetsbare functies staan de vorderingen in de periode september 2016 tot september 2017. De rapportage besteedt met name aandacht aan de samenhang tussen de ambitie­niveaus voor de dertien functies. Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie maakt gebruik van de gegevens uit deze voortgangsrapportage.

Uit de voortgangsrapportage blijkt dat voor nucleaire installaties en laboratoria met infectieuze stoffen (waaronder genetisch gemodificeerde organismen) het beleid en de regelgeving en de uitvoering daarvan op orde zijn. Uit de rapportage blijkt ook dat er geen uniforme norm voor een ‘waterrobuuste inrichting’ is. Elk ministerie formuleert zelf, in overleg met de sector, wat voor een bepaalde functie noodzakelijk en proportioneel is. De ministeries werken wel gelijk op en doorlopen veelal eenzelfde tijdpad met de stappen ‘weten, willen, werken’ (zie figuur 3). Ook hanteren ze zo veel mogelijk dezelfde overstromingsscenario’s en zijn ze zich bewust van afhankelijkheden tussen functies. Deze ketenafhankelijkheid betekent bijvoorbeeld dat het al dan niet functioneren van de elektriciteitsvoorziening tijdens en na een overstroming grote gevolgen heeft voor andere sectoren, zoals aardgas-, telecom- en ICT-voorzieningen, gezondheid, de waterketen en chemie.

Het realistische uitgangspunt dat in overstroomd gebied de elektrische stroom uitvalt, heeft aanzienlijke gevolgen voor de ambitieniveaus voor functies die van stroom afhankelijk zijn. Voor andere functies geldt de ambitie om zo goed en zo lang mogelijk door te blijven functioneren (drinkwater, nood­communicatie en gezondheid) of grote gevolgen voor mens en milieu te voorkomen (chemische industrie, nucleaire installaties en laboratoria met infectieuze stoffen). Buiten overstroomd gebied geldt overal de ambitie dat de nationale vitale en kwetsbare functies blijven functioneren. Ook daarvoor zijn maatregelen nodig. Dat geldt ook voor de ambitie om de vitale en kwetsbare functies zo in te inrichten dat een gebied zich na een overstroming snel kan herstellen. Gemalen vormen daarvoor in diepe polders een sleutelfactor. Snel droogmalen is echter alleen zinvol als ook het herstel van de overige vitale en kwetsbare functies daarna snel verloopt. Het lijkt effectief het concept van ‘de ruggengraat’ te hanteren voor het herstel: de functies en de beschermingsmaatregelen die minimaal nodig zijn om een overstroomd gebied weer sneller te laten functioneren. Het ‘altijd’ blijven functioneren van het hoofdgemaal is onderdeel van deze ‘ruggengraat’. 

De aanpak van de nationale vitale en kwetsbare functies hangt samen met onder meer de Rijksbrede aanpak vitale infra­structuur, de Nationale klimaat­adaptatie­strategie en het project Water en Evacuatie. De samenhang tussen de ambitie­niveaus voor de dertien functies en de lokale en regionale gebieds­pilots vitaal en kwetsbaar (Westpoort, Botlek, IJssel-Vechtdelta en Zeeland) is besproken in een gezamenlijke klankbordgroep.


De samenhang tussen de ambitieniveaus voor de dertien functies

Zie achtergronddocument D Derde voortgangsrapportage Aanpak nationale Vitale en Kwetsbare functies voor een eerste verkenning van beleidsambities voor ‘doorfunctioneren in overstroomd gebied’ en ‘sneller herstellen’.

Figuur 3

Samenvatting voortgang vitale en kwetsbare functies voor stappen ‘weten, willen en werken’ (stand 2017).
* Nog geen inzicht in voortgang stap ‘werken’. RIVM maakt een samenvatting op basis van de individuele analyses die bedrijven hebben uitgevoerd (sector chemie) en zijn aangeleverd aan het bevoegd gezag.

Op koers

De tussentijdse evaluatie geeft een beeld van de voortgang en vergelijkt die met wat nodig is om de langetermijndoelen voor 2050 te halen. Daaruit blijkt dat versnelling en intensivering nodig zijn, ondanks de vele initiatieven die de partijen al op eigen kracht ontplooien. Nog niet alle partijen komen voldoende in beweging. Ook is er onvoldoende kennis bij de partijen en daardoor ook onvoldoende zicht op concrete handelingsopties. De initiatieven leunen te veel op enkele gedreven individuen. Veel initiatieven zijn de uitwerking van bestaand beleid van water, waaronder afvalwater: er is nog onvoldoende aandacht voor aanvullende activiteiten en integratie met de aanpak van hitte, droogte en vitale en kwetsbare functies. Het nieuwe Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is bedoeld om de noodzakelijke versnelling en intensivering tot stand te brengen en tot een planmatige aanpak in de gemeenten te komen.

De tussentijdse evaluatie constateert voor vitale en kwetsbare functies dat de aandacht van lokale en regionale overheden achterblijft, maar bewustzijn en kennis over de mogelijke gevolgen van overstromingen zijn toegenomen. Ook is het urgentiegevoel toegenomen en is er ‘eigenaarschap’ voor het onderwerp bij het Rijk. 

Integrale aanpak

Een integrale aanpak, door water en ruimte te verbinden, is inherent onderdeel van het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie. Dit geldt ook voor de thema’s droogte en hitte. Bij de ruimtelijke gebiedsinrichting komen altijd meerdere functies samen, waardoor integrale afwegingen nodig zijn. Het is noodzakelijk dat klimaatbestendig handelen in de loop van de tijd standaard onderdeel wordt van ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de aanleg van infrastructuur, woningbouw en natuurontwikkeling (‘mainstreamen’). 

De Omgevingswet, die binnen enkele jaren in werking treedt, verplicht Rijk, provincies en gemeenten om integrale Omgevingsvisies op te stellen, met strategische hoofdkeuzen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn. Het is belangrijk om in deze visies de gevolgen van klimaat­verandering voor het betreffende gebied te benoemen en beleid voor een klimaat­bestendige inrichting te borgen. Veel provincies en gemeenten hebben dat al gedaan of werken hieraan. Op rijksniveau vormt de startnota De opgaven voor de Nationale Omgevingsvisie de opmaat naar de Omgevingsvisie. Een klimaat­bestendige en klimaat­neutrale samen­leving is hierin een van de vier strategische opgaven.

In de praktijk zijn er al veel voorbeelden te zien van een integrale aanpak bij ruimtelijke adaptatie. Zo stelt de regio Utrecht in het impactproject Hitte koelen en benutten twee businesscases op, waarbij koeling van oppervlaktewater (voor hittebestrijding en verbetering van de waterkwaliteit) wordt gecombineerd met opgaven voor de energietransitie. Dordrecht combineert via co-creatie met bewoners de groen-blauwe Dordtwijkzone met een waterbergingsgebied en werkt in het living lab ideeën uit voor een klimaatadaptieve woonwijk, betere waterkwaliteit en natuur. Breda werkt nu al aan de klimaatopgaven voor de lange termijn bij projecten met een lange levensduur, zoals nieuwbouw, herstructurering van woonwijken en aanleg van wegen. De overheden in Rijk van Nijmegen en Land van Maas en Waal stellen gezamenlijk een Regionale klimaatadaptatiestrategie op.


Cultureel erfgoed en het Deltaprogramma

De wateropgave is een opgave voor de komende generaties. Die kunnen zich laten inspireren door de wijze waarop vorige generaties zijn omgegaan met water: voor hen was het vanzelfsprekend rekening te houden met het water en er gebruik van te maken voor bijvoor­beeld landwinning, energie, transport en vervoer. De Handreiking Water, erfgoed en ruimte en de bijbehorende tijdlijn laten concrete voorbeelden zien en tonen hoe cultuur­historie van nut kan zijn voor een integrale aanpak bij opgaven met water.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) werkt voor de Visie Erfgoed en Ruimte aan goede voorbeelden en werkwijzen om cultuurhistorie mee te nemen bij watergerelateerde ruimtelijke ontwikkelingen. Het uitvoeringsprogramma van de Visie Erfgoed en Ruimte is vanwege de voorbereiding van de Nationale Omgevingsvisie met twee jaar verlengd tot en met 2018. In deze tijd legt de RCE het accent op overleg en samenwerking met partners in het Delta­programma om kennis uit te dragen en te vertalen naar de praktijk.

Een goed voorbeeld is de studie naar watermolensystemen in beekdalen die laat zien hoe ingenieus de mens het beekdallandschap naar zijn hand heeft gezet en hoe dat systeem werkt. Hier zijn kansen uit af te leiden om deze systemen opnieuw in te zetten voor andere doeleinden, zoals de bestrijding van wateroverlast en droogte en de verbetering van de waterkwaliteit. Waterschap Aa en Maas gaat deze studie gebruiken om watererfgoed op effectieve wijze in te zetten voor het waterbeheer.

Een ander voorbeeld zijn de studies Marken boven water die als vervolg op het MIRT Onderzoek Meerlaags­veiligheid Marken zijn uitgevoerd. De studies laten zien hoe de huidige bewoning samenhangt met bodem, water­huishouding en cultuur­historie en wat de mogelijkheden zijn voor waterrobuuste nieuwbouw en waterrobuuste herstructurering van bestaande woningen in lage delen van het eiland. Deze mogelijkheden zijn gecombineerd met wensen voor energie, cultuurhistorie, zelfredzaamheid, woonwensen en betaalbaarheid. Bewoners en plaatselijke ondernemers hebben hier actief over meegedacht. Er zijn verschillende basistypen voor woningen op de (nieuwe) werven uitgewerkt, waarbij de primaire functies en nutsaansluitingen op de eerste en tweede verdieping zijn gesitueerd en woningen over een eigen stroomopslag, regenwater­citerne en noodvoorzieningen beschikken. Voor de laaggelegen bestaande (koop)woningen is een langetermijn­strategie bedacht waarmee bewoners hun woningen zelf waterrobuust kunnen maken. Opvallend is dat alle oude woonlocaties (werven), zelfs de buitendijkse, hoog en droog liggen bij hevige buien. De historische beeldbepalende typologie is te benutten als inspiratie voor nieuwe eigentijdse en waterbewuste ontwerpen van (paal)woningen, maar ook voor water­veiligheid en waterberging. De studie is een voorbeeld van een werkwijze waarin overheden samen met betrokkenen over een duurzame en water­bestendige gebieds­ontwikkeling nadenken.


Participatie

De doelstellingen voor ruimtelijke adaptatie vereisen een actieve en brede participatie van de samenleving. Dit moet vooral lokaal gebeuren, bij gemeenten en waterschappen. Bij de implementatie van de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie betrekken de overheden daarom veelal ook bedrijven, maatschappelijke organisaties, kennis- en onderwijs­instellingen en bewoners. Dit gebeurt ook op nationaal niveau. Zo ondertekende het Rode Kruis in 2016 de algemene Intentieverklaring ruimtelijke adaptatie. De publieke en private ondertekenaars van deze landelijke overeenkomst – circa 120 in het voorjaar van 2017 – gaan daarmee op vrijwillige basis een inspanningsverplichting aan om in de periode tot 2020 te komen tot uitvoeringsafspraken. Verder hebben, naast de overheden, ook andere partijen meegewerkt aan de tussentijdse evaluatie van de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie, waaronder het Verbond van Verzekeraars, Bouwend Nederland, stichting RIONED, een vastgoedbedrijf en NLingenieurs. In het voorjaar van 2017 namen tientallen niet-overheden deel aan de gesprekstafels over het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie.

Aan de voortgangsrapportage van het project Vitaal en Kwetsbaar hebben vertegenwoordigers van de rijksoverheid en regionale en lokale pilots meegedaan, om de voortgang en de ambities te bespreken. Verzekeraars hebben in 2017 bijgedragen aan een themabijeenkomst over verzekeringen.

In de City Deal Klimaatadaptatie werken vijftien publieke partners (waaronder acht gemeenten, vijf waterschappen, een provincie en het ministerie van Infrastructuur en Milieu) en twaalf (semi)private partners intensief samen aan ruimtelijke adaptatie via een open cultuur van leren, experimenteren en innoveren. De doelen zijn beschreven in een brochure. Hoofddoel is bijdragen aan de doelstelling van de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie voor 2020: goede voorbeelden tonen met pilotprojecten, belemmeringen wegnemen en leren en exporteren. De partners richten zich op meerlaagsveiligheid, klimaatrobuuste gebiedsontwikkeling, nature based solutions, competentie­ontwikkeling, maat­schappelijke initiatieven en internationaal ondernemer­schap. Ieder jaar stellen de samen­werkende partners een agenda op. Deze City Deal is onderdeel van de Agenda Stad. Leerpunten vormen input voor het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie.

Ingrepen komen op diverse schaalniveaus en met allerlei initiatiefnemers van de grond. In het impactproject Sharing City Dordrecht en Breda stimuleren gemeenten hun burgers bijvoorbeeld om hun private ruimte beschikbaar te stellen voor klimaatbestendigheid en waterrobuustheid, om daar zo een gemeenschappelijke maatschappelijke opgave van te maken. Tientallen organisaties hebben zich aangesloten bij Operatie Steenbreek, die burgers wil enthousiasmeren hun tuinen te vergroenen. Rotterdam heeft verschillende waterpleinen ingericht en andere gemeenten nemen dit idee over. Verzorgings­huizen bereiden zich op advies van de GGD voor op toenemende hitte.


Operatie Steenbreek

Operatie Steenbreek is een particulier initiatief dat burgers wil enthousiasmeren hun (versteende) tuin te vergroenen, door de voordelen van groene tuinen uit te dragen en kansen voor vergroenen te signaleren. Burgers die hun tuin vergroenen, dragen in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid en klimaatbestendigheid van hun buurt: zo’n 40% van het stedelijke gebied is particulier eigendom. Door tuinen te vergroenen, neemt de biodiversiteit toe (meer vogels, insecten en andere dieren) en de wateroverlast bij hevige regenbuien af.  Operatie Steenbreek benadert gemeenten die zich tegen een vergoeding kunnen aansluiten. Ze krijgen kennis en ondersteuning om ondernemers en burgers te stimuleren initiatieven voor vergroening te nemen. Inmiddels hebben zich circa 40 gemeenten aangesloten, met een potentieel bereik van vier miljoen inwoners.


  1. Aanbiedingsbrief en adviezen deltacommissaris
  2. Inleidende samenvatting
    1. Doorwerken aan een duurzame en veilige delta
  3. Deel I Nationaal
  4. Voortgang van het Deltaprogramma
    1. Voortgang op basis van ‘meten, weten, handelen’
    2. Algemeen beeld van de voortgang
      1. Op schema
      2. Op koers
      3. Integrale aanpak
      4. Participatie
      5. Slagkracht van de regio’s
    3. Voortgang Waterveiligheid
    4. Voortgang Ruimtelijke adaptatie
    5. Voortgang Zoetwater
    6. Borging, kennis en innovatie, internationale samenwerking
      1. Borging
      2. Kennis
      3. Innovatie
      4. Internationaal
  5. Deltafonds
    1. Ontwikkelingen Deltafonds
    2. Middelen van andere partners
    3. De financiële opgaven van het Deltaprogramma
    4. Financiële borging van het Deltaprogramma
  6. Deel II Gebieden
  7. Voortgang per gebied
    1. IJsselmeergebied/zoetwaterregio IJsselmeergebied
    2. Rijnmond-Drechtsteden/­zoetwaterregio West-Nederland
    3. Rijn/zoetwaterregio Rivierengebied
    4. Maas
    5. Zuidwestelijke Delta/zoetwaterregio Zuidwestelijke Delta
    6. Kust
    7. Waddengebied
    8. Hoge Zandgronden Zuid en Oost
  8. Deel III Deltaplannen
  9. Deltaplan Waterveiligheid
    1. Uitvoeringsprogramma’s
      1. Hoogwaterbeschermingsprogramma
      2. Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma
      3. Ruimte voor de Rivier
      4. Maaswerken
      5. WaalWeelde
      6. Afsluitdijk
      7. Herstel Steenbekledingen Oosterschelde en Westerschelde en Vooroeverbestortingen Zeeland
    2. Rivierverruiming in samenhang met dijkversterking
    3. Onderzoeken volgend uit kennisagenda en in gebieden
  10. Kaart Deltaplan Waterveiligheid
  11. Deltaplan Zoetwater
    1. Maatregelen voor de beschikbaarheid van zoetwater in Nederland
  12. Kaart Deltaplan Zoetwater
  13. Deltaplan Ruimtelijke adaptatie
    1. Inleiding
      1. Aanleiding
      2. Doel en status van het deltaplan
      3. Totstandkoming in gezamenlijkheid
    2. Context
    3. Stand van zaken ‘weten, willen, werken’
      1. Wateroverlast
      2. Hittestress
      3. Droogte
      4. Gevolgen van overstromingen
      5. Huidige aanpak
    4. Wat we gaan doen: versnellen en intensiveren
      1. Visie: van nu naar 2050
      2. Ambitie en aanpak
      3. Tussendoelen
      4. Raamwerk landsdekkende governance ruimtelijke adaptatie
      5. Financiering
    5. Bijlage 1: Actieprogramma
    6. Bijlage 2: Uitkomsten regiobijeenkomsten en rondetafelgesprekken
  14. Achtergronddocumenten
    1. Achtergronddocumenten en downloads
  15. Colofon
    1. Colofon Deltaprogramma 2018
  16. Instructie gebruik Deltaprogramma 2018