2.3

Voortgang Waterveiligheid

Met de deltabeslissing Waterveiligheid is het waterveiligheids­beleid geactualiseerd. Dit beleid is erop gericht dat uiterlijk in 2050 de kans op overlijden door een overstroming voor ieder individu in Nederland kleiner of gelijk is aan 1 op 100.000 per jaar (0,001%). Sommige gebieden krijgen extra bescherming: gebieden waar sprake kan zijn van grote groepen slachtoffers, grote economische schade of ernstige schade door uitval van vitale en kwetsbare infrastructuur van nationaal belang. Om deze doelstellingen te bereiken, zijn op 1 januari 2017 nieuwe normen voor de bescherming tegen overstromingen in werking getreden.


deltabeslissing Waterveiligheid

Zie DP2015, deltabeslissing Waterveiligheid.

Op schema

Voor de programmering van onderzoeken, maatregelen en voorzieningen voor waterveiligheid: zie Deltaplan Waterveiligheid (Deel III). De verschillende onderdelen van de deltabeslissing Waterveiligheid liggen allemaal op schema. Dat is belangrijk: ze vormen een voorwaarde om de voorkeurs­strategieën in de verschillende gebieden tijdig te kunnen implementeren.

Wettelijke en financiële basis

Geheel volgens planning is het nieuwe waterveiligheidsbeleid, met de nieuwe normering, opgenomen in de wet. Dit is een majeure stap. De herziening van de Waterwet is op 1 januari 2017 in werking getreden; zowel de Tweede als de Eerste Kamer heeft de herziening met algemene stemmen aangenomen. De wet regelt ook de financiering van maatregelen die nodig zijn vanwege de nieuwe normering uit de bestaande bijdragen van het Rijk en de waterschappen aan het Hoogwater­beschermings­programma. Het Deltafonds biedt een solide en langjarige basis voor de financiering van de waterveiligheid.

Ook de nieuwe ministeriële regeling voor het beoordelen van de primaire waterkeringen is op tijd van kracht geworden. Deze is tegelijk met de herziening van de Waterwet in werking getreden. Met de regeling en het achterliggend instrumentarium kunnen de keringbeheerders starten met de beoordeling van de primaire keringen. Het instrumentarium wordt de komende twee jaar nog doorontwikkeld. Ook de Regeling subsidies hoogwater­bescherming 2014 is aangepast, zodat deze in lijn is met de nieuwe normering.

Een aantal zogenaamde C-keringen heeft met de inwerking­treding van de nieuwe normen zijn functie in het primaire systeem verloren en is regionale waterkering geworden. In bijlage VI van het Waterbesluit staan de C-keringen die voor een eenmalige subsidie in aanmerking komen ten behoeve van maatregelen om te voldoen aan de provinciale normen.

Beoordeling: eerste landelijk veiligheidsbeeld

Begin 2017 is de Eerste Beoordelingsronde Primaire Water­keringen gestart. Deze activiteit ligt daarmee op schema. Waterschappen en het ministerie van Infrastructuur en Milieu, waaronder ook Rijkswaterstaat en de Inspectie Leefomgeving en Transport, hebben een draaiboek met procesafspraken gepubliceerd op de website van de Helpdesk Water. Het doel is dat in 2023 een eerste landelijk beeld van de veiligheid beschikbaar is. In deze periode leren de partijen ook werken met het nieuwe systeem en start de aanpak van keringen met een urgente veiligheidsopgave. In 2035 en 2047 volgen rapportages over de resultaten van de volgende beoordelings­rondes, die om de twaalf jaar plaatsvinden. Het streven is dat de rapportage in 2035 een scherper beeld van de veiligheid geeft en dat het merendeel van de primaire waterkeringen in 2047 aan de norm voldoet. Met deze planning is de doelstelling dat alle primaire waterkeringen in 2050 aan de nieuwe normen voldoen haalbaar.

Alle waterschappen hebben een plan van aanpak voor de beoordeling gemaakt en zullen dit regelmatig verfijnen en aanpassen op basis van de eerste ervaringen met de nieuwe beoordelingssystematiek en het -instrumentarium. De beoordeling staat hoog op de agenda van de waterschappen en Rijkswaterstaat, de benodigde budgetten en capaciteit staan in de begrotingen en de beheerders hebben afgesproken samen op te trekken en kennis en kunde te delen. Er zijn inmiddels zes beoordelingen afgerond (medio 2017). 

Ontwerpen

Sinds januari 2017 is het nieuwe Ontwerpinstrumentarium beschikbaar (OI 2014v4): een handreiking om primaire waterkeringen te ontwerpen volgens de overstromingskans­benadering met de nu beschikbare leidraden, handreikingen en technische rapporten. Dit instrumentarium sluit aan bij de instrumenten voor het beoordelen van de waterkeringen (WBI2017). Voor de technische leidraden en rapporten komt in 2017 een nieuw systeem beschikbaar waarmee kennis makkelijk te vinden, te beheren en te actualiseren is.

Hoogwaterbeschermingsprogramma

De dijkversterkingen in het Hoogwater­beschermings­programma zijn geprioriteerd op basis van urgentie. De urgentste trajecten zijn in het programma opgenomen en voor het merendeel van deze trajecten is de verkenning gaande. Het Hoogwater­beschermings­programma ligt hiermee op schema; de voortgang staat in het Deltaplan Waterveiligheid (Deel III). In het voorjaar van 2017 heeft de consultatie over het concept-Hoogwaterbeschermingsprogramma 2018-2023 plaats­gevonden, conform de Waterwet (artikel 7.23). De water­beheerders hebben ingestemd met het concept­programma, op enkele kleine aanpassingen na. De aanpassingen zijn zo goed mogelijk verwerkt binnen de uitgangs­punten van het programma. De waterbeheerders stemmen ook in met de Projectoverstijgende Verkenning Dijkversterking met gebiedseigen grond.


Projectoverstijgende Verkenning Dijkversterking met gebiedseigen grond

Zie Deltaplan Waterveiligheid, paragraaf 5.1.1. Hoogwaterbeschermingsprogramma, Projectoverstijgende Verkenningen.

Dijkversterkingen en rivierverruiming

In het rivierengebied brengen de provincies, de waterschappen en het ministerie van Infrastructuur en Milieu de veiligheid tot stand met een krachtig samenspel van dijkversterking en rivierverruiming. Er loopt een aantal verkenningen voor rivierverruiming langs de Maas en de Rijn, die voor de korte termijn duidelijkheid bieden over het samenspel met de geprogrammeerde en toekomstige dijkversterkingen uit het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Voor de periode na 2030 moet de langetermijnambitie die helderheid bieden (zie ook Rijn en Maas). Het is van belang deze ambitie tijdig gereed te hebben en beleidsmatig te verankeren, om er bij dijk­versterkingen op korte termijn rekening mee te kunnen houden. De deltacommissaris spreekt hierover regelmatig met de betrokken bestuurders.

Risicobenadering in overige werkprocessen

De waterschappen zijn gestart met het doorvoeren van de nieuwe normen in alle werkprocessen, om goede en tijdige implementatie van het waterveiligheidsbeleid te waarborgen. Ze hebben met impactanalyses de gevolgen van de nieuwe normen voor het beheer en onderhoud, de vergunning­verlening en crisis­beheersing in beeld gebracht. De water­schappen gebruiken de nieuwe kennis en inzichten als ze onderhouds­plannen opstellen en uitvoeren, vergunning­aanvragen beoordelen en de leggers actualiseren. 

In het voorjaar van 2017 heeft het Informatiehuis Water het Waterveiligheidsportaal opgeleverd: een voorziening die goede uitwisseling van informatie over het beoordelen en versterken van primaire waterkeringen tussen beheerders, het ministerie (inclusief de Inspectie Leefomgeving en Transport) en het Hoogwaterbeschermingsprogramma mogelijk maakt.  


Informatiehuis Water

In het Informatiehuis Water werken waterbeheerders samen aan uniforme, toegankelijke en bruikbare informatie over water.

Waterschappen en provincies onderzoeken met Rijkswaterstaat of elementen en inzichten uit de nieuwe veiligheids­systematiek voor primaire waterkeringen ook zijn toe te passen bij regionale waterkeringen. In 2016 hebben waterschappen en provincies, onder leiding van STOWA en met betrokkenheid van het Rijk, de Visie op de regionale waterkeringen 2016. Verder bouwen op een goed fundament opgesteld. De komende jaren geven ze uitvoering aan de gezamenlijke beleids- en kennisagenda. Verder onderzoeken provincies en waterschappen of voormalige primaire waterkeringen nu een provinciale norm moeten krijgen.

Slimme combinaties

In specifieke situaties, bijvoorbeeld waar dijkversterking heel duur of maatschappelijk zeer ingrijpend is, zijn ‘slimme combinaties’ met ruimtelijke inrichting en/of rampen­bestrijding mogelijk om het beschermings­niveau te behalen. Bij toepassing van een ‘slimme combinatie’ worden per geval afspraken gemaakt. Dergelijke ‘slimme combinaties’ kunnen kansrijk zijn voor tien tot twintig trajecten van primaire waterkeringen. Dit zijn trajecten waar het Lokaal Individueel Risico (LIR) bepalend is voor de norm. Ook specifieke lokale omstandigheden, zoals de aanwezigheid van regionale waterkeringen, kunnen kansen bieden voor ‘slimme combinaties’. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu gaat samen met de gebieden bezien op welke manier slimme combinaties voor deze kansrijke trajecten zijn in te zetten en of alle in potentie kansrijke trajecten in beeld zijn.

Gevolgen van een overstroming beperken (laag 2)

Naast slimme combinaties is het van belang bij ruimtelijke ontwikkelingen de gevolgen van overstromingen te beperken. De opgave is te komen tot een zodanige inrichting van de ruimte dat de gevolgen van overstromingen afnemen en het restrisico wordt beperkt. Daarmee zijn dijkversterkingen in de toekomst mogelijk te beperken, uit te stellen of te voor­komen en wordt Nederland weerbaarder voor klimaat­verandering. Het Deltaplan Waterveiligheid geeft daar samen met het nieuwe Deltaplan Ruimtelijke adaptatie invulling aan.


restrisico

Het risico dat resteert als de waterkeringen op orde zijn.

Crisisbeheersing (laag 3)

De veiligheidsregio’s brengen de komende jaren samen met water- en netwerkbeheerders, de ministeries van Infrastructuur en Milieu en van Veiligheid en Justitie en andere belang­hebbenden de effecten van een watercrisis in beeld (overstroming of ernstige wateroverlast). Dit is de uitkomst van het project Water en Evacuatie, een van de drie strategische-agendaprojecten van het Veiligheidsberaad en het ministerie van Veiligheid en Justitie. In 2018 moet iedere veiligheidsregio een impactanalyse hebben gemaakt; op basis daarvan wordt in 2020 een Strategie voor Handelingsperspectieven vastgesteld, gericht op bijvoorbeeld evacuatie en redding. De resultaten van de impactanalyse zijn ook van belang om de effectiefste maatregelen voor de gevolgenbeperking te bepalen. Dertien van de 25 veiligheidsregio’s zijn de impactanalyse aan het uitvoeren of hebben deze gereed (medio 2017). Als eerste was de impactanalyse voor ‘Eiland van Dordrecht’ gereed.

Een ander resultaat van het project Water en Evacuatie is de handreiking om de samenredzaamheid (burgers die elkaar helpen) bij een watercrises te vergroten. Deze handreiking biedt communicatietools die veiligheidsregio’s en andere partijen kunnen toepassen. In de Gids Informatie-uitwisseling staan afspraken over de informatie-uitwisseling bij een watercrisis en de voorbereiding hierop: hoe, wat, wanneer, door wie en met wie? Het Watermanagement Centrum Nederland beheert het Landelijk Informatiesysteem Water en Overstromingen (LIWO) dat hierbij een belangrijke rol speelt. De komende jaren werken de veiligheidsregio’s aan de verdere implementatie van de resultaten van het project, crisisplannen per stroomgebied en landelijke strategieën voor evacuatie. De inzet van de Stuurgroep Deltaprogramma is om de veiligheids­regio’s goed te laten aanhaken bij de bestuurlijke gebieds­overleggen van het Deltaprogramma. Maatwerk is daarbij mogelijk.

Rijkswaterstaat verkent in hoeverre de evacuatiefunctie een plaats kan krijgen in de werkprocessen en onderzoekt of er een pilot mogelijk is met reversed laning (de rijrichting tijdelijk veranderen om evacuatie te versnellen).

Op koers

Na afronding van de Eerste Beoordelingsronde Primaire Waterkeringen geeft het Deltaprogramma jaarlijks weer of het tempo van dijkversterkingen hoog genoeg is om de doelstelling voor 2050 te halen. 

De nieuwe normering is een grote verandering. Waterkering­beheerders, de toezicht­houder en marktpartijen doen de komende jaren ervaring op met de nieuwe waterveiligheids­benadering volgens de herziene wet- en regelgeving. Deze ervaringen zullen, samen met de geplande evaluaties van het nieuwe instrumentarium, de voortgang van maatregelen en kennis uit projectoverstijgende verkenningen (POV’s), duidelijk maken of de ingezette koers voor de waterveiligheid bijstelling vraagt. De evaluatie van de normering, die voor het eerst in 2024 wordt uitgevoerd en daarna iedere twaalf jaar, zal ook ingaan op de ontwikkelingen in laag 2 (gevolgen­beperking) en laag 3 (rampenbeheersing).


evaluaties van het nieuwe instrumentarium

De tussenevaluaties van het beoordelingsproces (2019 en 2021) en de eindevaluatie (2023, tegelijk met Landelijke Beoordeling van Overstromingskansen), de evaluatie van de Regeling subsidies hoogwaterbescherming (2019) en de evaluatie van de gezamenlijke financiering van verbetering primaire waterkeringen (2023).

Integrale aanpak

Verschillende ontwikkelingen stimuleren een integrale aanpak van dijkversterkingen. Zo is met de herziene Regeling subsidies hoogwater­bescherming nu subsidie mogelijk voor een zogenoemde voorverkenning (ook wel vervroegde verkenning genoemd) als facultatief onderdeel van de verkenningsfase van een dijkversterkingsproject. Daarmee is subsidie voor onderdelen van de verkenning met een lange doorlooptijd eerder in te zetten, bijvoorbeeld om samen met regionale partijen meekoppel­kansen met andere opgaven rond het te versterken dijktraject in beeld te brengen. Het Hoogwater­beschermings­programma ondersteunt een integrale aanpak van dijkversterkingen met de Handreiking landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteit in waterveiligheidsopgaven. Bij de keuze voor rivier­verruimende maatregelen of slimme combinaties zijn de eventuele vermeden kosten voor dijkversterkingen in te zetten. 

In het Hoogwaterbeschermingsprogramma en in de deel­gebieden zijn veel voorbeelden van een integrale aanpak te vinden: de koppeling tussen de dijkversterking Tiel-Waardenburg en Varik-Heesselt langs de Rijn, Sterke Lekdijk, de koppeling van de dijkversterking Eemshaven-Delfzijl met de gebiedsopgave, de brede verkenning Grebbedijk, het concept dubbele dijk langs de Waddenzee en de verkenning naar een combinatie van dijkversterking, rivierverruiming en gebiedsontwikkeling bij Ravenstein-Lith langs de Bedijkte Maas en in de Noordelijke Maasvallei in Limburg. Rivier­verruimende maatregelen kunnen soms ook een bijdrage leveren aan de water­kwaliteits­doelstellingen. Denk bijvoorbeeld aan de langs­dammen in de Waal en de nevengeul in de Hemelrijkse Waard.

In Rijnmond-Drechtsteden, het IJsselmeergebied en het Waddengebied zijn de onderzoeken naar meerlaagsveiligheid goede voorbeelden van een integrale aanpak. 

Participatie

Dijkversterkingsprojecten binnen het Hoogwater­beschermings­programma volgen een werkwijze gebaseerd op de MIRT-systematiek. Onderdeel daarvan is dat beheerders bij verkenningen voor dijk­versterkingen met actief omgevings­management invulling geven aan participatie. De hand­reikingen van het Hoogwater­beschermings­programma voor verkenningen en planuitwerkingen geven aan hoe de participatie vorm kan krijgen. Direct belang­hebbenden worden vanaf het begin betrokkenen. Rijkswaterstaat en de water­schappen organiseren binnen het Hoogwater­beschermings­programma scholing en trainingen om de kwaliteit van omgevings­management en participatie verder te verbeteren. 

Waterkeringbeheerders, marktpartijen en kennisinstellingen participeren intensief bij projectoverstijgende verkenningen (POV’s) en de beoordeling van primaire waterkeringen. De nieuwe waterveiligheidsbenadering vraagt actieve ontwikkeling en overdacht van kennis. De spil vormen het Kennisplatform risicobenadering (ontwerpen) en het Kennis- en Kundeplatform (beoordelen). Ook is er een actieve helpdesk die waterkeringbeheerders ondersteunt bij de eerste beoordelingsronde.

Provincies vervullen een belangrijke rol bij het goedkeuren van de projectplannen voor dijkversterkingen. In 2016 is een cursus over de overstap naar nieuwe normen voor provincie­mede­werkers georganiseerd, zodat zij goed kunnen participeren in water­veiligheids­projecten. Daarnaast kunnen provincies een actieve rol vervullen met aandacht voor ruimtelijke kwaliteit en – met het oog op de Omgevingswet – ook op omgevings­kwaliteit. Dit gebeurt bijvoorbeeld al in het project Sterke Lekdijk en bij Ravenstein-Lith.

Samenwerking met experts, universiteiten en marktpartijen is van groot belang voor het realiseren van de waterveiligheid. Zo heeft het Expertise Netwerk Waterveiligheid (ENW) in december 2016 de Grondslagen voor hoogwater­bescherming uitgebracht. In dezelfde maand heeft NWO-TTW het onderzoeksvoorstel All Risk van vijf universiteiten (onder leiding van TU Delft) gehonoreerd, dat de kennis over waterveiligheid verder zal brengen. Het Hoogwater­beschermings­programma, het ministerie van Infrastructuur en Milieu en de waterschappen zijn actief bij dit onderzoek betrokken.

  1. Aanbiedingsbrief en adviezen deltacommissaris
  2. Inleidende samenvatting
    1. Doorwerken aan een duurzame en veilige delta
  3. Deel I Nationaal
  4. Voortgang van het Deltaprogramma
    1. Voortgang op basis van ‘meten, weten, handelen’
    2. Algemeen beeld van de voortgang
      1. Op schema
      2. Op koers
      3. Integrale aanpak
      4. Participatie
      5. Slagkracht van de regio’s
    3. Voortgang Waterveiligheid
    4. Voortgang Ruimtelijke adaptatie
    5. Voortgang Zoetwater
    6. Borging, kennis en innovatie, internationale samenwerking
      1. Borging
      2. Kennis
      3. Innovatie
      4. Internationaal
  5. Deltafonds
    1. Ontwikkelingen Deltafonds
    2. Middelen van andere partners
    3. De financiële opgaven van het Deltaprogramma
    4. Financiële borging van het Deltaprogramma
  6. Deel II Gebieden
  7. Voortgang per gebied
    1. IJsselmeergebied/zoetwaterregio IJsselmeergebied
    2. Rijnmond-Drechtsteden/­zoetwaterregio West-Nederland
    3. Rijn/zoetwaterregio Rivierengebied
    4. Maas
    5. Zuidwestelijke Delta/zoetwaterregio Zuidwestelijke Delta
    6. Kust
    7. Waddengebied
    8. Hoge Zandgronden Zuid en Oost
  8. Deel III Deltaplannen
  9. Deltaplan Waterveiligheid
    1. Uitvoeringsprogramma’s
      1. Hoogwaterbeschermingsprogramma
      2. Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma
      3. Ruimte voor de Rivier
      4. Maaswerken
      5. WaalWeelde
      6. Afsluitdijk
      7. Herstel Steenbekledingen Oosterschelde en Westerschelde en Vooroeverbestortingen Zeeland
    2. Rivierverruiming in samenhang met dijkversterking
    3. Onderzoeken volgend uit kennisagenda en in gebieden
  10. Kaart Deltaplan Waterveiligheid
  11. Deltaplan Zoetwater
    1. Maatregelen voor de beschikbaarheid van zoetwater in Nederland
  12. Kaart Deltaplan Zoetwater
  13. Deltaplan Ruimtelijke adaptatie
    1. Inleiding
      1. Aanleiding
      2. Doel en status van het deltaplan
      3. Totstandkoming in gezamenlijkheid
    2. Context
    3. Stand van zaken ‘weten, willen, werken’
      1. Wateroverlast
      2. Hittestress
      3. Droogte
      4. Gevolgen van overstromingen
      5. Huidige aanpak
    4. Wat we gaan doen: versnellen en intensiveren
      1. Visie: van nu naar 2050
      2. Ambitie en aanpak
      3. Tussendoelen
      4. Raamwerk landsdekkende governance ruimtelijke adaptatie
      5. Financiering
    5. Bijlage 1: Actieprogramma
    6. Bijlage 2: Uitkomsten regiobijeenkomsten en rondetafelgesprekken
  14. Achtergronddocumenten
    1. Achtergronddocumenten en downloads
  15. Colofon
    1. Colofon Deltaprogramma 2018
  16. Instructie gebruik Deltaprogramma 2018